wissen

Dood, ziel en wedergeboorte in het Êzîdîsme

AI-gegenereerde inhoud – niet geverifieerd. Deze vertaling is automatisch gemaakt door een lokaal taalmodel en is nog niet geverifieerd door menselijke experts. Bronverwijzingen en gedetailleerde beweringen kunnen fouten bevatten. Beschouw het als een werkversie. Schakel over naar de Duitse originele versie om de geverifieerde staat te zien.
nl1.964 woorden⏱ ca. 9 min leestijd📚 7 secties🔖 ≥7 bronnenKwaliteit C · niet geverifieerd

De voorstellingen over het hiernamaals van de Êzîdî’s verschillen fundamenteel van de abrahamitische religies van hun omgeving. In het centrum staat niet de dreiging van een eeuwige hel, maar de gedachte van een lange weg van zuivering en vervolmaking van de ziel, die zich over meerdere aardse levens uitstrekt. De dood is in dit begrip geen definitieve breuk, maar een overgang, zinnebeeldig een verwisseling van het gewaad. De leer wordt uitsluitend mondeling overgeleverd in de heilige hymnen (Qewl) en in de ervaringskennis van de geestelijkheid; zij is niet in een bindend dogma vastgelegd, waarom onderzoekers telkens weer wijzen op regionale en door de overlevering bepaalde verschillen (Kreyenbroek 1995; Omarkhali 2017).

Opmerking over de terminologie: Dit artikel gebruikt consequent de zelfbenaming Êzîdî/Êzîdî’s. Tawûsî Melek, de Pauwengel, wordt in de Êzîdî-theologie nooit als „duivel" of gevallen engel begrepen, deze gelijkstelling stamt uit polemische vreemde literatuur en spreekt de primaire bronnen volledig tegen. Ook het Êzîdî-hiernamaals kent geen kosmische tegenstrever van God.


1. De ziel (ruh) en de plaats van de mens

In het Êzîdî-denken bezit de mens een onsterfelijke ziel (Kurmanji ruh, ook gîyan), die na de dood blijft voortbestaan. Het lichaam is vergankelijk en geldt, anders dan in sommige ascetische tradities, niet als principieel verworpen, maar als het tijdelijke „gewaad" van de ziel. Deze beeldspraak is centraal voor het begrip van de gehele leer over het hiernamaals (Kreyenbroek 1995; Asatrian & Arakelova 2012).

De ziel is niet van nature verlossingsbehoeftig in de zin van een erfzonde. Veeleer draagt ieder mens de verantwoordelijkheid voor zijn daden, en zijn zedelijke balans bepaalt de verdere weg van de ziel voorbij de dood. Goed en kwaad worden daarbij niet gedacht als een strijd van twee kosmische machten, maar als trappen op een weg van loutering, een voorstelling die nauw samenhangt met de niet-dualistische grondstructuur van de Êzîdî-religie.


2. Kiras guhertin: „het hemd verwisselen"

Het centrale begrip van de Êzîdî-zielsleer is kiras guhertin (ook kiras guhorîn), letterlijk „het hemd/gewaad verwisselen". Daarmee wordt de zielsverhuizing ofwel reïncarnatie bedoeld: de ziel legt bij de dood haar lichaam af als een versleten kledingstuk en neemt in een nieuwe geboorte een nieuw „gewaad" aan (Kreyenbroek 1995; Kreyenbroek & Rashow 2005; Omarkhali 2017).

2.1 Loutering over vele levens

De zin van deze kringloop is de geleidelijke zuivering en vervolmaking van de ziel. Een ziel wordt zo vaak wedergeboren tot zij een staat van reinheid heeft bereikt. De kwaliteit van het telkens volgende bestaan hangt af van het zedelijke gedrag in het voorafgaande leven: wie rein en naar de geboden van de gemeenschap leeft, staat een betere wedergeboorte in het vooruitzicht (Asatrian & Arakelova 2012).

In de volksoverlevering vindt men de voorstelling dat een door slechte daden sterk verontreinigde ziel onder haar vorige trap kan terugvallen, tot aan de wedergeboorte buiten de Êzîdî-gemeenschap. Omgekeerd geldt de terugkeer als Êzîdî als teken van een geslaagde beproeving. Zulke verhalen zijn in de bronnen overgeleverd, maar hun precieze duiding varieert regionaal en moet niet als een eenvormig dogma worden misverstaan (Asatrian & Arakelova 2012; Spät 2005).

2.2 Geen herinnering aan het vroegere leven

Naar de verbreide voorstelling draagt de ziel in haar nieuwe leven geen bewuste herinnering aan de vroegere bestaansvormen mee. Een uitzondering vormen in de overlevering bepaalde begaafde personen, zoals de Koçek (visionair begaafde religieuze figuren) –, aan wie een „schouwen" over de grens van de afzonderlijke levens heen wordt toegeschreven. Families die in het gedrag of in kenmerken van een kind de terugkeer van een overledene menen te herkennen, duiden dit binnen het kader van kiras guhertin (Spät 2005; Omarkhali 2017).

2.3 Theologische betekenis: loutering in plaats van eeuwige hel

De reïncarnatieleer heeft een verstrekkend gevolg: het Êzîdî-wereldbeeld kent geen eeuwige verdoemenis. In plaats van een definitieve hel treedt de gedachte dat elke ziel via de kringloop van de wedergeboorten de mogelijkheid tot verbetering en uiteindelijk tot terugkeer tot het goddelijke behoudt (Kreyenbroek 1995; Asatrian & Arakelova 2012). Daarin toont zich een heilsvoorstelling die fundamenteel op barmhartigheid en vervolmaking is gericht, een punt dat de Êzîdî-theologie duidelijk onderscheidt van dualistische helbeelden.


3. De weg van de ziel onmiddellijk na de dood

Naast de langdurige reïncarnatie kent de overlevering een reeks gestalten en stations die de ziel onmiddellijk in het sterven en kort daarna begeleiden. Deze voorstellingen zijn deels met de reïncarnatieleer verweven, deels staan zij als eigen overleveringssträngen ernaast.

3.1 Sicadîn en Nasirdîn: de wachters van het sterven

Bij het sterven treden naar de overlevering twee van de heilige wezens uit de kring van de Zeven (Heft Sirr) aan de zijde van de mens:

Gestalte Rol bij het sterven
Sicadîn (Sicadîn/Sejadin) Bode van de dood; kondigt het sterven aan, begeleidt de overgang (psychopompe functie)
Nasirdîn (Nasirdîn/Nasirdin) „Engel van de dood en de vernieuwing"; scheidt de ziel van het lichaam

Beiden gelden in de traditie als zonen van Ezdîna Mîr en behoren tot de manifestaties van de ene God binnen de heilige genealogie. Hun taak is geen straf, maar geleide: zij voeren de ziel uit het lichaam en geven haar over aan de verdere weg (Asatrian & Arakelova 2012; vgl. Kreyenbroek & Rashow 2005).

3.2 De Sirat-brug (Pira Selat)

Een bekend motief is de Sirat-brug, Kurmanji Pira Selat (ook Pira Silat). Daarover moet de ziel na de dood overgeraken om in het rijk van het heil te komen. In de overlevering wordt de ziel daarbij voor Şêx Adî gebracht en ondervraagd; bij geslaagde beproeving treedt Şêx Adî op als voorspreker bij de hoogste God en geleidt de ziel verder (Asatrian & Arakelova 2012).

De voorstelling heeft een duidelijke parallel met de zoroastrische Chinwad-brug en geldt het onderzoek als bewijs voor de Oud-Iraanse substraten van de Êzîdî-eschatologie (Asatrian & Arakelova 2012; Kreyenbroek 1995). In Lalîş is de brug tegelijk ruimtelijk-ritueel aanwezig: een Pira Selat in het heiligdom van Lalîş verzinnebeeldt de overgang van de profane naar de heilige wereld, die de pelgrims bij het betreden van het schrijn symbolisch voltrekken (Açıkyıldız 2010). Deze aardse brug en de eschatologische brug weerspiegelen elkaar.

Opmerking: De precieze vervlechting van brug-beproeving en reïncarnatie wordt in de bronnen niet tegenspraakvrij voorgesteld. Beide motieven bestaan naast elkaar; de mondelinge overlevering laat zulke spanningen bewust open (Omarkhali 2017).

3.3 Birê en Xwişka Axretê: broeder en zuster van het hiernamaals

Een bijzonderheid van de Êzîdî-maatschappijorde is de institutionele binding aan een broeder respectievelijk zuster van het hiernamaals: Kurmanji Birê Axretê (broeder) en Xwişka Axretê (zuster). Iedere volwassen Êzîdî behoort tijdens zijn leven zo’n geestelijk broeder- of zusterschap aan te gaan, mannen in de regel met een „broeder", vrouwen met een „zuster", waarbij uitzonderingen voorkomen (Kreyenbroek 1995; Spät 2005).

Deze persoon is niet slechts een aardse vertrouweling, maar behoort de ziel bij het sterven en op de weg naar het hiernamaals te begeleiden en voor haar op te komen. Bij de dood neemt de broeder/zuster van het hiernamaals een rituele rol in en behoort tot de mensen die de stervende bijstaan. De binding behoort, naast de binding aan een geestelijk leraar (Pîr) en voogd uit de stand van de geestelijkheid, tot de verplichtende religieuze betrekkingen van iedere Êzîdî.


4. Dodenrituelen en begrafenis

De teraardebestelling geschiedt volgens vaste regels die in de tradities van de gemeenschap verankerd zijn en op een snelle, waardige teruggave van het lichaam aan de aarde gericht zijn.

4.1 Wassing en voorbereiding

Na het intreden van de dood wordt het lijk ritueel gewassen. In de mond of op de lippen van de overledene wordt aarde of water uit Lalîş gegeven, materie van de heiligste plaats van de Êzîdî’s, die de dode symbolisch met het geheiligde centrum van de religie verbindt (Asatrian & Arakelova 2012). Vaak wordt daarbij ook de gewijde aarde van de berat (geperste balletjes van Lalîš-aarde) gebruikt.

4.2 Begrafenis en oriëntatie van het graf

De bijzetting geschiedt onmiddellijk, zo mogelijk op de sterfdag. Het lijk wordt zo gelegd dat het hoofd naar het oosten wijst en het gezicht naar de zon of de poolster (het noorden) is gericht (Asatrian & Arakelova 2012). De oriëntatie verwijst naar het hoge belang van de zon en het licht in de Êzîdî-vroomheid, waarin het gebed tot de opgaande zon een centrale handeling is.

4.3 Rol van de religieuze figuren

Bij de begrafenis werken de bevoegde geestelijke verzorgers (Şêx en Pîr) alsook de broeder/zuster van het hiernamaals mee. Aan de Koçek wordt in de overlevering soms een bijzondere rol toegeschreven, daar hun het vermogen wordt nagezegd het verdere lot van de ziel respectievelijk haar terugkeer te „schouwen" (Spät 2005). Klaagzangen, een eigen genre van de mondelinge Qewl-traditie, begeleiden dood en rouw.


5. Rouw en gedenken

5.1 Rouwtijd

Op de dood volgt een geregelde rouwtijd van de nabestaanden met klacht, terughoudendheid bij feesten en gemeenschappelijke deelneming. De klacht om de doden is ingebed in een lange traditie van collectieve rouw, die door de geschiedenis van de genociden (Fermane) een bijzondere diepte heeft gekregen.

5.2 Dodenmaal en gedenken (Ehmen)

Een centrale vorm van gedenken is het dodenmaal en het uitdelen van spijzen als aalmoes (xêr/sedeqe) ter nagedachtenis van de overledene. In de overlevering is overgeleverd dat enkele dagen na de dood een dier (bijvoorbeeld een rund) bij het graf geofferd wordt en zijn vlees aan voorbijgangers en behoeftigen wordt uitgedeeld, als weldadige handeling die de ziel van de overledene ten goede moet komen (Asatrian & Arakelova 2012). Het gemeenschappelijke gedenkmaal (ehmen) en het gedenken op bepaalde dagen houden de verbinding tussen levenden en doden in stand.

Deze gedenkpraktijk voegt zich in het Êzîdî-begrip dat goede daden van de levenden: aalmoezen, gastvrijheid, voorbede, de weg van de ziel in het hiernamaals positief kunnen beïnvloeden.


6. Inordening: een theologie van de hoop

De Êzîdî-voorstellingen over het hiernamaals laten zich lezen als een samenhangend, zij het niet systematisch-dogmatisch, geheel:

  • De dood is overgang, niet einde, een „verwisseling van het gewaad".
  • De ziel doorloopt in het kiras guhertin een louteringsweg over vele levens.
  • Wachtersgestalten (Sicadîn/Nasirdîn), de Sirat-brug en de broeder/zuster van het hiernamaals begeleiden en beproeven de ziel.
  • Er is geen eeuwige hel, maar zuivering, voorspraak en het vooruitzicht op terugkeer tot het goddelijke.

Deze op barmhartigheid, loutering en vervolmaking gerichte heilsvoorstelling behoort tot de theologisch meest eigenstandige trekken van de Êzîdî-religie en verwijst tegelijk naar haar diepe wortels in de Oud-Iraanse en oud-Mesopotamische religieuze werelden van de regio (Kreyenbroek 1995; Asatrian & Arakelova 2012; Omarkhali 2017).


Bronnen

  • Philip G. Kreyenbroek: Yezidism, Its Background, Observances and Textual Tradition. Lewiston: Edwin Mellen Press, 1995.
  • Philip G. Kreyenbroek & Khalil Jindy Rashow: God and Sheikh Adi are Perfect, Sacred Poems and Religious Narratives from the Yezidi Tradition. Wiesbaden: Harrassowitz, 2005.
  • Khanna Omarkhali: The Yezidi Religious Textual Tradition, From Oral to Written. Wiesbaden: Harrassowitz, 2017.
  • Eszter Spät: The Yezidis. London: Saqi Books, 2005.
  • Birgül Açıkyıldız: The Yezidis, The History of a Community, Culture and Religion. London: I.B. Tauris, 2010.
  • Garnik S. Asatrian & Victoria Arakelova: „The Hereafter in the Yezidi Beliefs", in: Iran and the Caucasus 16/3 (2012), S. 309–318., brill.com · academia.edu
  • „Yazidis", in: Encyclopaedia Iranica., iranicaonline.org
  • Khanna Omarkhali: „The Book Revealing the Future in a Religion without Books: the Apocalyptic Visions of Yezidi Seers" (zu Koçek/Seher)., academia.edu
  • Aanvullend over de stervenswachters: Wikipedia, „Sicadîn", en.wikipedia.org/wiki/Sicadîn · „Nasirdîn", en.wikipedia.org/wiki/Nasirdîn · „Silat Bridge", en.wikipedia.org/wiki/Silat_Bridge

Verwante artikelen: Êzîdî-religie · Tawûsî Melek · Lalîş · Tradities · Maatschappijorde · Geestelijkheid · Qewl-traditie · Heilige genealogie · Mythologie & symboliek

Kommentare

Noch keine Kommentare — sei der Erste.