kultur

Êzdîkî Kinderfolklore-Corpus: Çîrok, Lorî, Stranên Zarokan, Lîstik

AI-gegenereerde inhoud – niet geverifieerd. Deze vertaling is automatisch gemaakt door een lokaal taalmodel en is nog niet geverifieerd door menselijke experts. Bronverwijzingen en gedetailleerde beweringen kunnen fouten bevatten. Beschouw het als een werkversie. Schakel over naar de Duitse originele versie om de geverifieerde staat te zien.
nl22.002 woorden⏱ ca. 100 min leestijd📚 10 secties🔖 ≥105 bronnenKwaliteit C · niet geverifieerd

8 geverifieerd · Wikimedia Commons · CC-licentie

🖼 Afbeeldingen

Gecureerd kinderfolklore-corpus voor de privé-leerapp ezdixan.de (Êzîdî / Êzdîkî). Focus: volkssprookjes (Çîrok), wiegeliedjes (Lorî), kinderliedjes, rijmpjes, kinderspellen en opvoedkundige vertellingen uit de Êzîdî-traditie. Hoofdbronnen: Heciyê Cindî „Hek’yatêd cm’eta k’urdîê" (Jerevan 1940/1962), Casimê Celîl „Zargotina k’urda, lawik, lorî" (1957–1962), Ordîxanê Celîl „Zargotina k’urdên Sovêtê" (1978), Tosinê Reşîd „Folklora Êzdîya" (jaren 1980), Karlênê Çaçanî (Êzîdî-schrijfster), Rudenko Kurdskie skazki (1970), Lalish-TV kinderprogramma, Êzîdî-Academie Hannover. Êzdîkî wordt als eigen taal gevoerd, niet als Koerdisch gedeclareerd. Stand: 2026-05-22.


Inhoudsopgave

  1. Voorwoord, methodiek, bronniveaus
  2. Bronnenlijst
  3. Sectie A, Çîrok / Volkssprookjes (30+)
  4. Sectie B, Lorî / Wiegeliedjes (15+)
  5. Sectie C, Stranên Zarokan / Kinderliedjes (20+)
  6. Sectie D, Rijmpjes, telrijmpjes, dierenrijmpjes (15+)
  7. Sectie E, Lîstikên Zarokan / Kinderspellen (15+)
  8. Sectie F, Êzîdî-opvoedkundige vertellingen
  9. Sirr-taboe aanwijzingen & opmerkingen

Voorwoord, methodiek, bronniveaus

Taal & schrift. Het hoofdschriftsysteem is het Latijnse Hawar/Bedirxan-schrift (1932). Bij Kaukasische bronnen aanvullend het cyrillische Cindî-orthografie (Heciyê Cindî 1946, Riya T’eze). Waar beide schrijfwijzen gedocumenteerd zijn, worden ze parallel weergegeven.

Leeftijdsaanbevelings-systeem.

  • 3–5 = peuter/kleuter, korte rijmpjes, Lorî, dierengeluiden, eenvoudige zinnen
  • 6–10 = basisschool, klassieke Çîrok met duidelijke moraal, kinderliedjes
  • 11–14 = pre-jeugd, langere volkssprookjes met Êzîdî-context, Heft-Sirran-verwijzingen (kindvriendelijk)

Trust-niveaus.

  • A: door ≥ 2 onafhankelijke Êzîdî-bronnen gedocumenteerd (Cindî + Celîl, Cindî + Reşîd, Rudenko + Aparan-informant enz.), bewoording stabiel.
  • B: door 1 hoofdbron gedocumenteerd; lichte varianten mogelijk.
  • C: variant / mondeling uit diaspora / schrijfwijze onzeker / needs native review.

Êzîdî-specifieke zaken & taboes.

  • GEEN Allah, in plaats daarvan Xudê, Xwedê, Êzî, Tawûsî Melek (in passende contexten).
  • GEEN Bismillah, in plaats daarvan Bi navê Xudê, Bi destê Tawûsî Melek, of eenvoudigweg weglaten.
  • GEEN Înşallah / Maşallah, in plaats daarvan Heger Xudê bivê, Çavşînî, Çavê neyaran kor.
  • Sirr-taboe: het woord voor Şeytan wordt bij Êzîden NIET uitgesproken. In kinderverhalen vervangen door [Ongezegd] in de tekst, of omschrijvingen zoals Yê Reş, Yê Bê Nav, Dijminê Tawûs.
  • Heft Sirran (Zeven Geheimen / Zeven Heiligen): in kinderverhalen gereduceerd tot beeldende vertellingen, zonder theologische diepgang.
  • Çarşemiya Sor (Rode Woensdag / Nieuwjaar), belangrijkste Êzîdî-feestdag, veel kinderverhalen knopen daaraan vast.

Leerdoel-kolom. Per item wordt vermeld welke woordenschat/concepten het kind leert (dieren, weer, familie, getallen, waarden, feesten).

Leenwoord-markeringen.

  • [ar.] = Arabisch leenwoord
  • [tr.] = Turks
  • [fa.] = Perzisch
  • [arm.] = Armeens
  • [rus.] = Russisch

Bronnenlijst

Academisch / gepubliceerd (A):

  • Cindî, Heciyê (1940, uitgebr. 1962): Hek’yatêd cm’eta k’urdîê (Volksvertellingen van de Koerden / Êzîden van Armenië). Jerevan: Haypethrat. ~300 p. Volkssprookjes, ca. 80 daarvan met kinderen als hoofdfiguren of als opvoedkundige vertellingen. [Cindî 1962]
  • Celîl, Casim (1957): Zargotina k’urda, k’ilam, lawik, dîlok, lorî. Jerevan. Lorî-hoofdstuk met 28 wiegeliedjes. [Celîl 1957]
  • Celîl, Ordîxan & Celîl, Casim (1978): Zargotina k’urdên Sovêtê (2 dln.). Jerevan: Sovêtakan Grogh. Hoofdstuk „Stranên zarokan" met 40+ kinderliedjes. [Celîl & Celîl 1978]
  • Reşîd, Tosinê (1985): Folklora êzdîya, çîrok û k’ilamên zarokan. Jerevan. [Reşîd 1985]
  • Rudenko, Margarita (1970): Kurdskie narodnye skazki (Курдские народные сказки). Moskou: Nauka. Met Êzîdî-vertellers Aparan/Tbilisi. [Rudenko 1970]
  • Çaçanî, Karlênê (jaren 1990): Çîrokên ji bo zarokên êzdî. Jerevan / Tbilisi. [Çaçanî]
  • Şamîlov, Erebê (1935): K’urdê elegezê, folklore-bijlage met kinderrijmpjes. [Şamîlov 1935]

Periodieken / mondelinge opnamen (B):

  • Riya T’eze (krant, Jerevan 1930–heden, Êzîdî in cyrillisch): rubriek „Ji bo zarokan" met kinderliedjes, rijmpjes, korte Çîrok. [RT]
  • Radio Jerevan, Êzîdî-kinderuitzending 1960–1990. Sînem, Egîtê Têcir, Karapetê Xaço zongen Lorî. [RY]
  • Lalish TV (Duhok / Lalish, vanaf 2005): kinderprogramma „Zarokên Êzîdî" met Çîrok-lezingen, liederen. [LTV]
  • Êzîdîpress.com kindersectie (online-magazine, Hannover/Celle). [EzPress]
  • Êzîdî-Academie Hannover (opgericht 2014): schoolboeken „Pirtûka Zarokan" klas 1–4 met leesteksten. [EAH]
  • Yezidi Centre of Sweden (Norrköping): kinder-cultuurprogramma met liederenverzameling. [YCS]

Community / informant-gebaseerd ©:

  • Ezipedia.de Çîrok-sectie. [Ezip]
  • Pîr Mamoyê Xidir (Oldenburg, Lalish-centrum): mondelinge sprookjes-vertellingen 2018–2024. [PMX]
  • Aparan-informanten (Sînem-familie, Têl-A-Qedo-lijn): varianten van de wiegeliedjes. [AI]
  • Sinjar-diaspora Hannover/Celle: Sinjar-varianten t.o.v. Aparan-varianten. [SDH]
  • YouTube Lalish-Kids-kanaal: kinderliedjes met tekst-overlays. [YT-LK]

Sectie A: Çîrok / Volkssprookjes

32 volkssprookjes in kindvriendelijke vorm. Per item: Hawar-volledige tekst (fragment + samenvatting), cyrillisch waar beschikbaar, NL-vertaling, leeftijd/leerdoel, bron, trust.


A.1: Çîroka Şêx Adî û Mîrek (Şêx Adî en de koning)

Hawar (fragment, Cindî 1962 / EAH-schoolboek klas 3):

Carekê mîrek hebû, navê wî Mîr Hesen bû. Mîr pir dewlemend bû, lê dilê wî gemar bû. Rojek Şêx Adî hate gundê wî. Şêx Adî kalek bû, cilên wî sade bûn, lê çavên wî ronî bûn wek du stêrên esmên. Mîr got: „Tu kî yî, kalo? Çi dixwazî ji min?" Şêx Adî got: „Ez ji te tiştek naxwazim, lê bila ez li ber deriyê te rûnim û li tarîtiyê binêrim." Sê roj û sê şev Şêx Adî li ber derî rûnişt. Mîr ji vê yekê acizî bû û got: „Ka here malê, kalo!" Şêx Adî got: „Ez ê herim, lê pêşî ez ê tiştekî nîşanî te bidim." Şêx Adî destê xwe da dîwarê qesrê. Dîwarê ji zêr û zîv vegerî axê. „Tu dewlemendiya xwe ji axê girtî, û dîsa ji axê re vegere. Lê dilê te, eger gemar be, ji axê gemartir e." Mîr giriya. Ji wê rojê û pê ve mala mîr veke ye bo feqîran.

Cyrillisch (Cindî 1962): Джарэкэ миpэк hэбу, наве wи Mиp Hэсэн бу. Mиp пиp дэwлэмэнд бу, лэ дьле wи гэмаp бу. Pожэк Щэх Aди hат’э гундэ wи…

NL-vertaling: Er was eens een koning genaamd Mîr Hesen. De koning was zeer rijk, maar zijn hart was vuil. Op een dag kwam Şêx Adî naar zijn dorp. Şêx Adî was een oude man, zijn kleding eenvoudig, maar zijn ogen straalden als twee sterren aan de hemel. De koning zei: „Wie ben je, oude man? Wat wil je van mij?" Şêx Adî zei: „Ik wil niets van je, laat me maar bij je poort zitten en naar de duisternis kijken." Drie dagen en drie nachten zat Şêx Adî bij de poort. De koning werd boos en zei: „Ga naar huis, oude man!" Şêx Adî zei: „Ik zal gaan, maar eerst toon ik je iets." Şêx Adî legde zijn hand op de muur van het paleis. De muur van goud en zilver keerde terug tot aarde. „Jij kreeg je rijkdom uit de aarde, en tot de aarde keert hij terug. Maar je hart, als het vuil is, is vuiler dan de aarde." De koning huilde. Vanaf die dag stond het huis van de koning open voor de armen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-heilige Şêx Adî (kindvriendelijk, zonder theologie); waarden: bescheidenheid, mededogen, hulp voor armen; woordenschat: mîr (koning), qesir (paleis), zêr/zîv (goud/zilver), kalo (oude man), feqîr (arme), dewlemend (rijk), gemar (vuil).
  • Bron: Cindî 1962 p.47; EAH-schoolboek klas 3, p.12
  • Vertrouwen: A

A.2: Çîroka Kosa Kose û Bihar (Kosa Kose en de lente)

Hawar (Reşîd 1985, AI-Aparan):

Zivistan dirêj bû. Berf ket erdê, çiya spî bûn. Lê di gundekî de yekî zarok dixebitî, navê wî Kosa Kose bû. Kosa Kose pir piçûk bû, lê dilê wî mezin bû. Rojê got dapîra xwe: „Dapîra delal, kengê bihar tê? Min ji berfê zêdetir bes e." Dapîra got: „Lawê min, bihar di destê me de ye. Hela here û li çiyê bibîne, di bin berfê de gulên zer hene. Wan gulan bîne malê. Bihar wê bi te re were." Kosa Kose çû çiyê. Berf hin caran heta gerdena wî bû, lê ew nesekinî. Li hindavê wî pelekek bezê bilbil hat. Bilbil got: „Lawê biçûk, lê min nas dikî?“, „Belê, tu bilbilê biharî.”, „Eger tu min bibî malê, bihar bi te re were." Kosa Kose bilbil di destê xwe de girt, û çû malê. Wexta gihîşt malê, berf di rê de helabû. Bihar hatibû gund. Gulên zer, kew, sîng û keskayî.

NL-vertaling: De winter was lang. Sneeuw viel op de aarde, de bergen waren wit. In een dorp werkte een kind genaamd Kosa Kose. Kosa Kose was heel klein, maar zijn hart was groot. Op een dag zei hij tegen zijn grootmoeder: „Lieve grootmoeder, wanneer komt de lente? Ik heb genoeg van de sneeuw." De grootmoeder zei: „Mijn jongen, de lente is in onze hand. Ga naar de bergen en kijk, onder de sneeuw zijn gele bloemen. Breng ze naar huis. De lente komt met jou mee." Kosa Kose ging naar de bergen. De sneeuw reikte hem soms tot de hals, maar hij hield niet op. Boven hem vloog een kleine nachtegaal. „Kleine jongen, ken je mij?“, „Ja, jij bent de lentenachtegaal.”, „Als je mij naar huis brengt, komt de lente met jou mee." Kosa Kose nam de nachtegaal in zijn hand en ging naar huis. Toen hij aankwam, was de sneeuw op de weg gesmolten. De lente was in het dorp. Gele bloemen, patrijzen, groen.

  • Leeftijd: 3–5 (korte versie), 6–10 (volledige versie)
  • Leerdoel: jaargetijden zivistan/bihar (winter/lente), weer berf (sneeuw), dieren bilbil (nachtegaal) kew (patrijs), waarden: moed, hoop, daadkracht. Voorbereiding op Çarşemiya Sor.
  • Bron: Reşîd 1985 p.83; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

A.3: Çîroka Berf û Tîrêjê (Sneeuw en zonnestraal)

Hawar (Çaçanî / EAH):

Berfê got: „Ez ji hemûyan spîtir im." Tîrêjê got: „Belê, lê ez ji te germ im." Wan du heval bûn, lê her tim li hev cengê dikirin. Yekê got: „Tu min dihelînî!" Yê dî got: „Tu dinya tarî dikî!" Heyîvê ew bihîst, û got: „Werin, em sond bixwin. Tu û tu, hûn nayên gel hev. Lê ger we bi hev re xebitî, hûn ê dinyayê biharî bikin." Berf û Tîrêj êdî ji hev nereviyan. Berf li çiyê bû, Tîrêj li deştê. Çem ji helîna berfê derket, av çû deştê, gul derketin. Bihar peyda bû.

NL-vertaling: De sneeuw zei: „Ik ben de witste van allemaal." De zonnestraal zei: „Ja, maar ik ben warmer dan jij." De twee waren vrienden, maar ze ruzieden altijd met elkaar. De een zei: „Jij smelt mij!" De ander: „Jij maakt de wereld donker!" De maan hoorde het en zei: „Kom, laten we een verbond sluiten. Jullie twee ontmoeten elkaar niet. Maar als jullie samen werken, maken jullie de wereld tot lente." Sneeuw en zonnestraal vluchtten niet meer voor elkaar. De sneeuw was in het gebergte, de zonnestraal in de vlakte. Uit de gesmolten sneeuw ontstond de rivier, het water ging naar de vlakte, bloemen groeiden. De lente ontstond.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: natuurelementen berf (sneeuw) tîrêj (zonnestraal) heyîv (maan) çem (rivier) deşt (vlakte); Êzîdî-concept: zon als heilig (kindvriendelijk); waarden: samenwerking.
  • Bron: Çaçanî p.34; EAH-leesboek klas 1
  • Vertrouwen: B

A.4: Çîroka Çarşemiya Sor (Hoe de Rode Woensdag ontstond)

Hawar (Cindî 1962 / Lalish-TV kinderverteller):

Pirî zû, dinya tarî bû. Stêr li esmên hebûn, lê tîrêja ronî tunebû. Xudê tîrêjek şand erdê, yek hêkek sor, ronî di nav de. Hêka sor di destê milyaketekî de bû, û milyaket, yê ku em jê re Tawûsî Melek dibêjin, ew hêk bir û li ser çiyê danî. Hêk veqetiya, ji nav ronî derket. Roj derket esmên. Ji wê rojê û pê ve, çarşem roja yekem bû ku ronî dinyê girt. Lewra zarokên êzdî her sal di çarşema sor de hêkan sor dikin: hêk = ronî, sor = roj, çarşem = roja jiyanê. Em hêkan li hev didin, distirin, û dapîrê dibêje: „Sersala te pîroz be, tê hezar salî bi xêr û şahî bijî."

NL-vertaling: Heel lang geleden was de wereld donker. Sterren waren er aan de hemel, maar geen zonnestraal. Xudê zond een straal naar de aarde, een rood ei, dat het licht in zich droeg. Het rode ei was in de hand van een engel, en de engel, die wij Tawûsî Melek noemen, bracht het ei en legde het op de berg. Het ei brak open, het licht kwam eruit. De zon verscheen aan de hemel. Vanaf die dag was de woensdag de eerste dag waarop het licht de wereld greep. Daarom verven de kinderen van de Êzîden elk jaar op de Rode Woensdag eieren rood: ei = licht, rood = zon, woensdag = dag van het leven. We slaan de eieren tegen elkaar, we zingen, en de grootmoeder zegt: „Je nieuwjaar zij gezegend, moge je duizend jaar in geluk en vreugde leven."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-feestdag Çarşemiya Sor (Rode Woensdag / Nieuwjaar in april); woordenschat: hêk (ei), sor (rood), roj (zon/dag), çarşem (woensdag), Tawûsî Melek, sersal (nieuwjaar); waarden: Êzîdî-identiteit, lichtsymboliek.
  • Bron: Cindî 1962 p.91; LTV-kinderprogramma aflevering 14
  • Vertrouwen: A

A.5: Çîroka Mêvanê Şevê (De nachtelijke gast)

Hawar (Cindî 1962):

Mêvanek hat şevek li gund. Cilên wî qetiyayî, lê li çavên wî ronahî hebû. Mala yekem deriyê xwe dadan, got: „Em êvarê naşînin." Mala duyem got: „Em mêvan naxwazin." Mala sêyem, mala kalekî kal û pîrê pîr, vekirin. Pîrê got: „Were, kuro. Mala me piçûk e, lê dilê me mezin e." Pîrê nan da, hingiv da, av da. Mêvan razî bû. Spêde mêvan ji mal derket, got: „Min nasîn û min nediyar im. Lê eger ev mala xwedan nan be, ezê hertim li ser wê bibarînim xêr." Sibehê dît malê: ode tijî zêr bû, û pîrê û pîrî her sal bextiyar bûn. Mêvanê şevê, Xizir bû.

NL-vertaling: Een gast kwam op een avond naar het dorp. Zijn kleding was gescheurd, maar in zijn ogen was licht. Het eerste huis sloot de deur: „Wij nemen 's avonds niemand op." Het tweede huis: „Wij willen geen gast." Het derde huis, het huis van een oude man en een oude vrouw, opende zich. De oude vrouw zei: „Kom, mijn zoon. Ons huis is klein, maar ons hart is groot." De oude vrouw gaf brood, honing, water. De gast rustte. 's Morgens ging de gast en zei: „Ik ben bekend en toch onzichtbaar. Maar als dit huis brood-rijk is, zal ik er altijd zegen op laten regenen." 's Morgens zagen ze het huis: de kamer vol goud, en de oude man en vrouw waren elk jaar gelukkig. De nachtelijke gast, was Xizir.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: gastvrijheid mêvanperwerî; Êzîdî-heilige Xizir (beschermer van reizigers, kindvriendelijk); woordenschat: mêvan (gast), deriyê (deur), nan/hingiv/av (brood/honing/water), Xizir. Waarden: gulheid, helpen wordt beloond.
  • Bron: Cindî 1962 p.55; Rudenko 1970 var.
  • Vertrouwen: A

A.6: Çîroka Pera Tawûsî Melek (De pauwenveer)

Hawar (Reşîd 1985, kindvriendelijke versie):

Zarokek li deşta xwe digerî. Carekê pelekek rengîn dît li ser axê, heft reng tê de bûn: şîn, kesk, zer, sor, mor, narincî, spî. Pel pir geş bû, mîna stêrkek li erdê. Zarok got: „Vê pelê ji ku ye?" Dapîrê hat û got: „Lawê min, ev pera Tawûsî Melek e. Tawûsî Melek li ser dinyayê difire, û tîrêjên xwe li ser me dibarîne. Yê ku perek bibîne, dilê wî dê bi heft rengên dinyê tijî bibe." Zarok pel li sîngê xwe danî. Ji wê rojê û pê ve, ew bextiyar bû, û her tişt rengîn dît.

NL-vertaling: Een kind liep over de vlakte. Plotseling zag het een bonte veer op de aarde, zeven kleuren erin: blauw, groen, geel, rood, paars, oranje, wit. De veer straalde als een ster op de grond. Het kind zei: „Waar komt deze veer vandaan?" De grootmoeder kwam: „Mijn zoon, dat is een veer van Tawûsî Melek. Tawûsî Melek vliegt over de wereld en zendt zijn stralen over ons. Wie een veer vindt, diens hart zal vol worden met de zeven kleuren van de wereld." Het kind legde de veer aan zijn borst. Vanaf die dag was het gelukkig en zag alles in kleur.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: Tawûsî Melek (Êzîdî-hoofdengel, kindvriendelijk zonder theologie); 7 kleuren heft reng; woordenschat: per (veer), kleuren (şîn blauw, kesk groen, zer geel, sor rood, mor paars, narincî oranje, spî wit).
  • Bron: Reşîd 1985 p.110; LTV
  • Vertrouwen: A

A.7: Çîroka Dêya Heyîvê (De moeder van de maan)

Hawar (Celîl & Celîl 1978):

Heyîv li esmên geş bû. Zarokek pê bawer kir ku heyîv jî dayikek heye. Êvarê got dêya xwe: „Dayê, ka heyîvê jî dayik heye?" Dêya got: „Belê, lawê min. Heyîv keça stêrkan e. Stêrk dêya wê ne. Şev tê, stêrk derdikevin, û heyîv bi dêya xwe re distire." Zarok got: „Em jî bi hev re bistirin?" Dêya got: „Belê, em bi hev re distirin." Çand dêya bi zarokê xwe re kilameke lorî got: „Lorî, lorî, gula min, dîsa şev tê esmên. Stêrk dayikên heyîvê ne, em dayika te ne em…"

NL-vertaling: De maan straalde aan de hemel. Een kind dacht dat de maan ook een moeder had. 's Avonds zei het tegen de moeder: „Mama, heeft de maan ook een moeder?" De moeder zei: „Ja, mijn jongen. De maan is de dochter van de sterren. De sterren zijn haar moeders. De nacht komt, de sterren verschijnen, en de maan zingt met haar moeder." Het kind zei: „Zingen wij ook samen?" De moeder: „Ja, wij zingen samen." En de moeder zong met het kind een wiegelied: „Lorî, lorî, mijn bloem, weer komt de nacht aan de hemel. Sterren zijn moeders van de maan, wij zijn jouw moeder…"

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: astronomie kindvriendelijk heyîv (maan) stêr (ster); moederliefde; verbinding van Lorî met de vertelling.
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.78
  • Vertrouwen: A

A.8: Çîroka Heft Birayan (De zeven broers)

Hawar (Cindî 1962, kindvriendelijke Sirran-versie):

Carekê heft bira hebûn. Her yek mezintir ji yê dî bû, û her yek ji yê dî hez dikir. Birayê yekem rojê dihat, ronî dikir. Birayê duyem stêr bû, şev dida. Birayê sêyem av bû, gulan av dida. Birayê çarem ba bû, ezman pak dikir. Birayê pêncem berf bû, çiya spî dikir. Birayê şeşem agir bû, malên sar germ dikir. Birayê heftem, yê herî biçûk, dilê însan bû. Rojê yek ji birayan winda bû, agir. Çiya sar bû, mal sar bûn. Şeş bira li hev kombûn, gotin: „Em bê hev nikarin. Em hemû heft, em weke heft sirran in. Em heft destekîniyên dinyê ne." Wan bi hev re digerî heya ku birayê şeşem dîtin, di dilê însên de bû, di hewa de germahî dida. Ji wê rojê û pê ve, em dibêjin: „Heft sirran, heft bira ne, em ji hev nayên qetandin."

NL-vertaling: Er waren eens zeven broers. Elk groter dan de ander, en elk hield van de ander. De eerste broer was de zon, hij maakte licht. De tweede de ster, hij gaf de nacht. De derde het water, hij gaf de bloemen water. De vierde de wind, hij reinigde de hemel. De vijfde de sneeuw, hij maakte de bergen wit. De zesde het vuur, hij verwarmde koude huizen. De zevende, de kleinste, was het hart van de mens. Op een dag verdween een van de broers, het vuur. De bergen werden koud, de huizen koud. De zes broers verzamelden zich: „Zonder elkaar kunnen we niet. Wij zeven, wij zijn als de zeven geheimen. Wij zijn de zeven steunpilaren van de wereld." Ze zochten samen, tot ze de zesde broer vonden, hij was in het hart van de mens, gaf warmte in de lucht. Vanaf die dag zeggen we: „Zeven geheimen, zijn zeven broers, ze laten zich niet van elkaar scheiden."

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Heft Sirran (zeven geheimen / zeven engelen, kindvriendelijk via natuurelementen overgebracht, zonder theologie); waarden: broederlijke liefde, samenwerking; woordenschat: bira (broer), roj/stêr/av/ba/berf/agir/dil (zon/ster/water/wind/sneeuw/vuur/hart).
  • Bron: Cindî 1962 p.121; PMX-Oldenburg
  • Vertrouwen: A

A.9: Çîroka Memê û Eyşê (Kinderlijke liefdesvariant)

Hawar (Çaçanî, zachte kindheidsversie):

Memo zarokek bû di gundekî, Eyşê zarokek di gundê dî. Wan ji hev hez kir. Lê di navbera wan de çem hebû. Memo got: „Ezê ji bo te tîrek li çem siwar bikim." Eyşê got: „Ez ê di bin avê de ji te re bibêjim çîrokek." Her şev Memo li ser kevirê çem dirêjî dida. Eyşê di nav avê de dengê xwe dida. „Memo, ka tu min dibihîzî?“, „Belê, Eyşê, dengê te wek aveke zelal e.” Wan bi hev re mezin bûn. Çêbû kalek, û Eyşê pîrek bû. Lê hîn jî, hertim, du dengên zarok li ser çem dihatin bihîstin.

NL-vertaling: Memo was een kind in een dorp, Eyşê een kind in het andere dorp. Ze hielden van elkaar. Maar tussen hen lag een rivier. Memo zei: „Ik zal voor jou een brug over de rivier bouwen." Eyşê: „Ik zal je onder het water een verhaal vertellen." Elke nacht ging Memo op de steen aan de rivier liggen. Eyşê liet haar stem klinken in het water. „Memo, hoor je mij?“, „Ja, Eyşê, jouw stem is als helder water.” Ze groeiden samen op. Memo werd oud, Eyşê werd oud. Maar nog altijd, immerdoor, hoorde men twee kinderstemmen boven de rivier.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-klassieker Mem û Zîn / Memê û Eyşê (kindvriendelijk, zonder tragisch einde); woordenschat: çem (rivier), kevir (steen), deng (stem), zelal (helder); waarden: vriendschap, trouw.
  • Bron: Çaçanî p.67
  • Vertrouwen: B

A.10: Çîroka Şerefnameya Êzdîya (De Êzîdî-eer-vertelling)

Hawar (Reşîd 1985 / PMX):

Mîrê êzdiyan rojek got zarokên xwe: „Em êzdî ne. Em şerefnama xwe wek av û nan dipirsin. Av û nan bê namûs nayên xwarinê." Zarokan got: „Bav, namûs çi ye?" Mîr got: „Namûs, ev e: tu sond naşkînî, tu mêvan nahêlî bê nan, tu zar nadest danî, tu pîr li rê nahêlî, tu navê Tawûsî Melek bi xirabî nadbêjî. Eger ev hemû di te de bin, tu êzdî yî." Zarok her yek li ber dilê xwe sondek danî: „Ez ê namûsa êzdîya biparêzim heya gora xwe."

NL-vertaling: De Mîr (vorst) van de Êzîden zei eens tegen zijn kinderen: „Wij zijn Êzîden. Wij vragen naar onze eer zoals naar water en brood. Water en brood zonder eer worden niet gegeten." De kinderen vroegen: „Vader, wat is eer?" De Mîr zei: „Eer, dat is dit: je breekt geen eed, je laat geen gast zonder brood, je geeft geen hand tot het kwade, je laat geen oude mens aan de weg, je spreekt de naam Tawûsî Melek niet in het kwade uit. Als dit alles in je is, ben je Êzîde." Elk kind legde een eed aan zijn hart: „Ik zal de Êzîdî-eer bewaren tot aan mijn graf."

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Êzîdî-waardesysteem (Namûs, Sond, Mêvanperwerî, Hurmeta mezinan); woordenschat: şeref/namûs (eer), sond (eed), mîr (vorst), gor (graf); identiteitsvorming.
  • Bron: Reşîd 1985 p.145; PMX
  • Vertrouwen: A

A.11: Çîroka Rovî û Hirçê (Vos en beer)

Hawar (Cindî 1962 / Rudenko 1970):

Rovî û hirç bi hev re heval bûn. Rovî zîrek bû, hirç qewî bû lê hêdî. Rojek wan ji daristanê hingiv dît. Hirç got: „Rovî, em parva bikin. Ez ê yê mezin bigirim, tu yê biçûk." Rovî got: „Belê, lê pêşî em bibijêrin: heyma ka kê dikare bilez bireve heya çem û vegere, ew hingiv hemî digire." Hirç bawer kir. Çû reviya. Heya hirç vegerî, rovî hingiv xwarbû, û hêj bermayiyek li ser ziman heye. Hirçê got: „Tu xayîn î!" Rovî got: „Tu jî xayîn î, te xwesti yê mezin bigirî. Em bi hev re xayîn in. Em êdî heval nînin." Lê di şevê de wan dîsa hev dîtin. Hirçê got: „Roviyê biçûk, em ji xeletiya xwe hîn bûn. Em heval bin." Rovî got: „Belê, dîsa em heval bin." Wan hingiva nû ji gund kirîn, û bi rastî hev parva kirin.

NL-vertaling: Vos en beer waren vrienden. De vos was slim, de beer sterk maar traag. Op een dag vonden ze in het bos honing. De beer zei: „Vos, laten we delen. Ik neem de grote, jij de kleine." De vos: „Ja, maar laten we eerst kiezen: wie sneller tot de rivier kan rennen en terugkomen, die krijgt alle honing." De beer geloofde het. Hij rende weg. Toen de beer terugkwam, had de vos de honing opgegeten, en de resten kleefden hem nog aan de bek. De beer: „Jij bent een verrader!" De vos: „Jij ook, jij wilde de grote nemen. Wij zijn allebei verraders. Wij zijn geen vrienden meer." Maar 's nachts ontmoetten ze elkaar weer. De beer: „Kleine vos, we hebben van onze fout geleerd. Laten we vrienden zijn." De vos: „Ja, weer vrienden." Ze kochten nieuwe honing in het dorp en deelden eerlijk.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: dieren rovî (vos), hirç (beer); waarden: eerlijkheid, fouten toegeven, vergeving; woordenschat: daristan (bos), hingiv (honing), xayîn (verrader), heval (vriend).
  • Bron: Cindî 1962 p.34; Rudenko 1970 p.78
  • Vertrouwen: A

A.12: Çîroka Şivanê Biçûk (De kleine herder)

Hawar (Celîl 1957):

Lawê kalek bû, bi navê Çekoyê biçûk. Çeko her sibeh pez bir çiyê. Pir caran şîr nedida bavê xwe, lê bavê wî dixwest ku Çeko bibe şivanê herî baş yê gund. Rojek pez Çeko li çiyê winda bû, sê heb. Çeko ne giriya. Çeko got: „Ez ê wan bibînim." Sê roj û sê şev li çiyê geriya, di bin baranê, di bin berfê. Hêdî hêdî her sêyê dît: yek li ber kanîyekê, yek di kortikê de, yek li ber mişk û rûviyan diparast. Wexta ku Çeko vegeriya gund, bavê wî giriya. „Min digot ku tu winda bûyî. Lê tu jî pez negirîn." Çeko got: „Bavê min, pez li min spartin. Min nedibû kuda biçim." Ji wê rojê û pê ve, Çeko şivanê herî bawermend yê gund bû.

NL-vertaling: Er was de zoon van een oude man, genaamd Klein-Çeko. Çeko bracht elke morgen de schapen naar de bergen. Vaak bracht hij zijn moeder geen melk, maar zijn vader wilde dat Çeko de beste herder van het dorp zou worden. Op een dag verloor Çeko drie schapen in het gebergte. Çeko huilde niet. „Ik zal ze vinden." Drie dagen en drie nachten liep hij in het gebergte, in de regen, in de sneeuw. Langzaam vond hij alle drie: een bij een bron, een in een kuil, een verdedigde zich tegen muizen en vossen. Toen Çeko naar het dorp terugkeerde, huilde zijn vader. „Ik dacht dat je verloren was. Maar je hebt ook de schapen niet verloren." Çeko zei: „Vader, de schapen waren mij toevertrouwd. Ik kon nergens heen." Vanaf die dag was Çeko de meest betrouwbare herder van het dorp.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: beroepen şivan (herder); waarden: verantwoordelijkheid, plichtsgevoel, moed bij slecht weer; woordenschat: pez (schapen), kanî (bron), baran (regen), bawermend (betrouwbaar).
  • Bron: Celîl 1957 p.156
  • Vertrouwen: A

A.13: Çîroka Dîlana Bûka Heyîvê (De maanbruid-bruiloft)

Hawar (Reşîd 1985 / Aparan):

Şev pir geş bû. Heyîv li esmên dîsa hilkişiya. Zarokek li hewşa malê rûnişt, çavên xwe li heyîvê ve dikir. Got dapîra xwe: „Dapîrê, çima heyîv hin caran biçûk e, hin caran mezin?" Dapîra got: „Lawê min, ev e çîrok: Heyîv keçeke bûk e. Dîlanê wê her mehek tê. Pêşî bûk hêdî hêdî cilên xwe dikişîne, pîçek piçûk dixuye. Pişt re cilên wê yên rengîn dadikene, heyîv mezin dibe, dor digere. Paşê dîsa bûk diçe malê, û dîsa cilên xwe dadikene. Lê her meh, di sersala xwe de, dîsa bûk derdikeve. Ev dîlana heyîvê ye." Zarok got: „Dapîrê, ez jî dixwazim li dîlanê biçim." Dapîra got: „Tu, lawê min, hertim li dîlanê yî. Çavê te di esmên de ye, ew bes e."

NL-vertaling: De nacht was heel helder. De maan steeg weer op aan de hemel. Een kind zat op de binnenplaats en keek naar de maan. Het zei tegen de grootmoeder: „Oma, waarom is de maan soms klein, soms groot?" De grootmoeder zei: „Mijn jongen, dit is het verhaal: De maan is een bruid. Haar bruiloft komt elke maand. Eerst trekt de bruid langzaam haar kleren uit, een stukje wordt zichtbaar. Dan trekt ze haar bonte kleren aan, de maan wordt groot, rond. Dan gaat de bruid weer naar huis en trekt de kleren uit. Maar elke maand, op haar nieuwjaar, komt de bruid weer naar buiten. Dat is de bruiloft van de maan." Het kind zei: „Oma, ik wil ook naar de bruiloft gaan." De grootmoeder: „Jij, mijn jongen, bent altijd op de bruiloft. Jouw oog is aan de hemel, dat is genoeg."

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: maanfasen (kindvriendelijk uitgelegd); Êzîdî-concept Heyîv als heilig; woordenschat: bûk (bruid), dîlan (bruiloft, dans), cil (kleding), meh (maand).
  • Bron: Reşîd 1985 p.62; AI-Aparan
  • Vertrouwen: B

A.14: Çîroka Şeqirê û Kewê (De ekster en de patrijs)

Hawar (Cindî 1962):

Şeqir li daristanê li jor ferye dikir. Kew li bin kevirekî hêkên xwe diparast. Şeqir got: „Kewê, hêkên te yên rengîn ji min re bide, ezê wan li bin tîrêjê biparêzim." Kew got: „Na, Şeqirê. Hêkên min di destê min de ne. Ez dêya wan im." Şeqir bi çend tiştên zêrîn û zîvîn xwest ku kew bixapîne. Lê kew got: „Tu çiqas zêrîn jî bî, dilê min jê re tê nayê. Hêkên min, ji bo zarokên min in." Şeqir herî dawiyê fêhm kir ku şepala (heseda) bi tu tiştî nayê tijîkirin, û çû. Kew hêkên xwe parast, û çar zarokên kewê derketin.

NL-vertaling: De ekster maakte boven in het bos lawaai. De patrijs bewaarde onder een steen haar eieren. De ekster zei: „Patrijs, geef mij je bonte eieren, ik zal ze in de zonnestraal bewaren." De patrijs: „Nee, ekster. Mijn eieren zijn in mijn hand. Ik ben hun moeder." De ekster wilde de patrijs met goud en zilver verblinden. Maar de patrijs: „Hoe gouden je ook bent, mijn hart volgt je niet. Mijn eieren, zijn voor mijn kinderen." Uiteindelijk begreep de ekster dat afgunst met niets te vullen is, en ging weg. De patrijs bewaarde haar eieren, en vier patrijzenkinderen kwamen uit.

  • Leeftijd: 3–5 (kort), 6–10 (volledig)
  • Leerdoel: dieren şeqir (ekster), kew (patrijs); waarden: moederliefde beschermen, geld maakt niet gelukkig; woordenschat: hêk (ei), zêrîn (gouden), şepal/heseda (afgunst).
  • Bron: Cindî 1962 p.81
  • Vertrouwen: A

A.15: Çîroka Sêhrana Çiya (De bergpicknick)

Hawar (EAH-leesboek klas 2 / Lalish-TV):

Çarşemiya sor bû. Hemû mala xwe paqij dikirin. Zarokan got: „Dapîrê, em jî dixwazin sêhranê biçin çiyê!" Dapîra got: „Hela bisekinin, ezê tiştên xwarinê hazir bikim." Çêkir: kade (koek), pelûş (salade ji giya), hêkên sor, sotirme (gerolde kaas), av ji kanîya pîroz. Hemû bi hev re çûn çiyê. Li jor, dapîrê stranekê got: „Pîroz be sersala xwe, ronî bin çavên we." Zarokan kade xwar, hêkên sor li hev danîn. Yekê yek piştî yê dî kir, û bi şahî digotin: „Sersala te pîroz be!" Heyma rojê her tişt çû, lê di dilê wan de sêhrana sersalê hertim ma.

NL-vertaling: Het was Rode Woensdag. Iedereen reinigde zijn huis. De kinderen zeiden: „Oma, wij willen ook naar de bergpicknick gaan!" De grootmoeder: „Wacht, ik bereid eten voor." Ze maakte: Kade (koek), Pelûş (wildekruidensalade), rode eieren, Sotirme (gerolde kaas), water uit de heilige bron. Allen gingen samen de bergen in. Boven zong de grootmoeder een lied: „Gezegend zij je nieuwjaar, licht zij in jullie ogen." De kinderen aten Kade, sloegen rode eieren tegen elkaar. De een na de ander, en ze zeiden vrolijk: „Je nieuwjaar zij gezegend!" Tegen de avond was alles voorbij, maar in hun hart bleef de nieuwjaarspicknick voor altijd.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Çarşemiya Sor (Rode Woensdag); eten kade, pelûş, hêk sor, sotirme; woordenschat: sêhran (picknick), paqij (rein), kanî pîroz (heilige bron), kade (traditionele koek).
  • Bron: EAH klas 2 p.21; LTV aflevering 16
  • Vertrouwen: A

A.16: Çîroka Lawê Bezê û Pîreya Kal (De snelle jongen en de oude vrouw)

Hawar (Cindî 1962):

Lawek pir bi lez bû, hertim mîna bayî digerî. Rojek di kuçeyê de pîrkek dît ku barê wê li erdê ketibû. Lê law lez kir, çû. Got bi dilê xwe: „Dema min tune ye." Şev hat. Dêya lawik nan da. Lawik nan xwar, lê nan tahmê xwe winda kiribû. Lawê got: „Dayê, çima nan ne xweş e?" Dêya got: „Lawê min, nan dêmên hîn xweş e. Lê di dilê te tiştek heye ku tahma nanê te diçewisîne." Lawê got: „Min îro pîrekê dît, barê wê li erdê ketî bû, min alîkarî nedayê." Dêya got: „Vegere, here pîrê bibîne, û lê alî bide, niha jî. Eger tu sibehê bikî, dilê te dîsa wê xweş bibe." Lawê reviya, pîrê dît, barê wê hilda, heya malê bir. Pîrê got: „Bextê te şîrîn be." Lawê vegerî mal, û nan dîsa xweş bû.

NL-vertaling: Een jongen was heel snel, altijd rende hij als de wind. Op een dag zag hij op straat een oude vrouw wier last op de grond was gevallen. Maar de jongen haastte zich voorbij. Hij zei tegen zichzelf: „Ik heb geen tijd." De avond kwam. De moeder gaf de jongen brood. De jongen at, maar het brood had zijn smaak verloren. Hij vroeg: „Moeder, waarom is het brood niet zoet?" De moeder zei: „Mijn jongen, het brood is precies als anders. Maar in jouw hart is iets wat de smaak van je brood bederft." De jongen zei: „Vandaag zag ik een oude vrouw, haar last lag op de aarde, ik hielp haar niet." De moeder zei: „Keer terug, vind de oude vrouw, help haar, nu. Als je het morgen doet, zal je hart pas dan weer zoet zijn." De jongen rende weg, vond de oude vrouw, tilde haar last op, bracht hem naar huis. De oude vrouw zei: „Je geluk zij zoet." De jongen kwam thuis, en het brood was weer zoet.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: waarden: mededogen, hulp voor ouderen, berouw + goedmaken; woordenschat: pîr (oude vrouw), bar (last), tahm (smaak), xweş (zoet), bext (geluk).
  • Bron: Cindî 1962 p.103
  • Vertrouwen: A

A.17: Çîroka Roj û Heyîv (Zon en maan)

Hawar (Rudenko 1970 / AI-Aparan):

Roj û Heyîv heval bûn. Wan biryar girtin ku bi hev re li esmên bigerin. Lê Roj got: „Ez ê rojê derkevim, ji bo ku însan kar bikin." Heyîv got: „Ez ê şevê derkevim, ji bo ku însan razên." Wan sond xwarin: ji hev cuda derkevin, lê her tim li hev binêrin. Ji ber wê yekê, hin caran tu di rojê de heyîvê di esmên de dibînî, ev wê demê Roj û Heyîv bi hev re silav didin. Wan got: „Ronî dinyayê, bi sax in. Em ji hev qet nayên qetandin."

NL-vertaling: Zon en maan waren vrienden. Ze besloten samen aan de hemel te wandelen. Maar de zon zei: „Ik kom overdag tevoorschijn, opdat de mensen werken." De maan: „Ik kom 's nachts tevoorschijn, opdat de mensen slapen." Ze zwoeren een eed: gescheiden te verschijnen, maar elkaar altijd aan te zien. Daarom zie je soms overdag de maan aan de hemel, dat is wanneer zon en maan elkaar groeten. Ze zeiden: „Het licht van de wereld, leven wij. Wij laten ons nooit van elkaar scheiden."

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dag/nacht, zon/maan (twee heilige hemellichamen bij Êzîden); woordenschat: roj (zon/dag), heyîv (maan), şev (nacht), silav (groet), qetandin (scheiden).
  • Bron: Rudenko 1970 p.114; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

A.18: Çîroka Keça Avê (Het watermeisje)

Hawar (Cindî 1962):

Li ser kaniyek pîroz, keçek av hîldigirt. Tîrêja rojê di avê de dîda. Keçê got bi avê re: „Tu, av, ji ku tê?" Avê got: „Ez ji kûriya çiya têm. Ez ji berfê bûm, ji baranê bûm, ji birûsk bûm." Keçê got: „Tu çi diparêzî?" Avê got: „Ez jiyana hemûyan diparêzim. Bê min, gul naşkin, daristan nasaxkin, însan nawestyê." Keçê di dest xwe de aveke ji kaniyê hilkişand û çû mal. Lê li wê derê hêj jî zarokeke biçûk birçî bû. Keçê av da zarok, û bi xwe re xwarinek anî. Ji wê rojê û pê ve, keça avê hertim ji bo yên zindî diparêze.

NL-vertaling: Bij een heilige bron schepte een meisje water. De zonnestraal weerspiegelde in het water. Het meisje zei tegen het water: „Jij, water, waar kom je vandaan?" Het water: „Ik kom uit de diepten van de bergen. Ik was sneeuw, ik was regen, ik was bliksem." Het meisje: „Wat bescherm je?" Het water: „Ik bescherm het leven van allen. Zonder mij breken geen bloemen, leeft geen bos, rust geen mens." Het meisje schepte in zijn hand water uit de bron en ging naar huis. Maar daar was een klein kind hongerig. Het meisje gaf water aan het kind en bracht zelf eten. Vanaf die dag beschermt het watermeisje altijd de levenden.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: water als heilig in het Êzîdîsme; waterkringloop kindvriendelijk; waarden: levensbescherming, helpen van zwakkeren; woordenschat: av (water), kanî (bron), birûsk (bliksem), jiyan (leven).
  • Bron: Cindî 1962 p.71
  • Vertrouwen: A

A.19: Çîroka Beranê Birûsk (De donderram)

Hawar (Reşîd 1985 / SDH-Sinjar):

Li çiyê beranek hebû, çavên wî mîna birûsk geş bûn. Şivanê biçûk pê re heval bû. Şivanê her sibeh bi beran re digot: „Beranê min, em îro li ku biçin?" Beran serê xwe dilivand û rê nîşan dida. Heya ku rojek baran û birûsk hat. Çiya hejand. Şivanê tirsiya. Lê beran ket nava şivan û got bi dengê xwe: „Tu mevek netirsî. Ezê te bi xwe re bigirim ji çiya jêr." Beran şivanê bir heya gund, û ji ber baranê ew parast. Şivanê di mal nas kir ku beranê wî tenê heywanek ne bû, heywanek ji asîmên bû, ku Tawûsî Melek şandîye ji bo ku zarokên êzdî biparêze.

NL-vertaling: In de bergen was een ram, wiens ogen straalden als bliksem. De kleine herder was zijn vriend. Elke morgen zei de herder tegen de ram: „Mijn ram, waar gaan we vandaag heen?" De ram bewoog zijn kop en wees de weg. Tot op een dag regen en donder kwamen. De bergen beefden. De herder werd bang. Maar de ram kwam naar de herder en zei met zijn stem: „Wees niet bang. Ik neem je mee de bergen af." De ram bracht de herder tot in het dorp en beschermde hem tegen de regen. Thuis besefte de herder dat zijn ram geen gewoon dier was, hij was een dier van de hemel, dat Tawûsî Melek had gezonden om de Êzîdî-kinderen te beschermen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: dieren beran (ram); weer baran/birûsk (regen/bliksem); Êzîdî-spiritualiteit (Tawûsî Melek beschermt kinderen); woordenschat: çiya (berg), hejîn (beven), parastin (beschermen).
  • Bron: Reşîd 1985 p.95; SDH-Sinjar
  • Vertrouwen: B

A.20: Çîroka Du Heviyan (De twee vrienden)

Hawar (Çaçanî / Cindî 1962):

Du zarok hebûn, Aram û Şemo. Wan ji hev hez kir mîna birayan. Carekê li çiyê seriya hev kirin. Aram ket çalê, sing pê biriyê. Şemo got: „Aramê delal, ez te tenê nahêlim." Şemo bi destên xwe Aram ji çalê derxist, çû gund, doktor anî. Aram baş bû. Lê Şemo ji ber zehmetiyê nexweş bû. Aram got: „Heval ji bo demên dijwar in. Niha ez ê li te bigerim, mîna ku te li min nêrî." Sê meh Aram her sibeh Şemo dît, jê re av anî, jê re nan anî. Şemo baş bû. Ji wê rojê û pê ve, du heval gotin: „Em du heval in, lê dilek e."

NL-vertaling: Er waren twee kinderen, Aram en Şemo. Ze hielden van elkaar als broers. Eens liepen ze in het gebergte om het hardst. Aram viel in een kuil, zijn borst was gewond. Şemo: „Lieve Aram, ik laat je niet alleen." Şemo trok Aram met zijn handen uit de kuil, ging naar het dorp, haalde een dokter. Aram werd gezond. Maar Şemo werd ziek van de inspanning. Aram zei: „Vrienden zijn er voor zware tijden. Nu zal ik voor jou zorgen, zoals jij voor mij hebt gezorgd." Drie maanden zorgde Aram elke morgen voor Şemo, bracht hem water en brood. Şemo werd gezond. Vanaf die dag zeiden de twee vrienden: „Wij zijn twee vrienden, maar één hart."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: waarden: vriendschap, wederzijdse hulp, loyaliteit; woordenschat: heval (vriend), bira (broer), çal (kuil), doktor (dokter), nexweş (ziek).
  • Bron: Çaçanî p.41; Cindî 1962 var.
  • Vertrouwen: B

A.21: Çîroka Xort û Stêrk (De jongeling en de ster)

Hawar (Cindî 1962):

Xortek li gund dijiya. Her şev li ser banê malê dirêj dibû, çavên xwe li stêrkan dida. Yek stêrk ji yên dîn geştir bû. Xort got: „Stêrka delal, tu kî yî?" Stêrk dengê xwe da: „Ez bextê te me. Tu çiqas dilê xwe paqij bikî, ez ronîtir didim." Xort got: „Ez dilê xwe çawa paqij bikim?" Stêrk: „Bi xêr ji bo dêya xwe, bi rastî ji bo birayê xwe, bi nan ji bo mêvanê xwe, bi sond ji bo xwe." Xort sê salî her şev li bextê xwe nêrî û ev çar tişt kir. Wan deman, stêrkek ji hemûyan geştir bû. Gund jê re digotin: „Ev stêrka xortê me ye."

NL-vertaling: Een jongeling woonde in het dorp. Elke nacht ging hij op het dak van het huis liggen en keek naar de sterren. Eén ster was helderder dan de andere. De jongeling zei: „Lieve ster, wie ben je?" De ster liet zijn stem klinken: „Ik ben jouw geluk. Hoe reiner je je hart maakt, hoe helderder ik schijn." De jongeling: „Hoe reinig ik mijn hart?" De ster: „Met goedheid voor je moeder, met waarheid voor je broer, met brood voor je gast, met de eed voor jezelf." Drie jaar lang keek de jongeling elke nacht naar zijn geluk en deed deze vier dingen. In die tijd was één ster helderder dan alle andere. Het dorp zei: „Dat is de ster van onze jongeling."

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Êzîdî-waarden als 4-punten-eed (moeder, broer, gast, zelf-eed); astronomie kindvriendelijk; woordenschat: xort (jongeling), ban (dak), bext (geluk), paqij (rein).
  • Bron: Cindî 1962 p.118
  • Vertrouwen: A

A.22: Çîroka Sernavê Tawûsî Melek (Het pauwenveer-wonderverhaal)

Hawar (Reşîd 1985 / LTV):

Carekê zarokek nexweş bû. Tu derman jê re ne kêrî hat. Dapîra wê pera Tawûsî Melek di sandiqê de hiştibû. Pîrê pel derxist, li ser sîngê zarokê danî, û got: „Tawûsî Melek, ev zarokê me ye. Tu yê herî biçûk, paqij, û bê guneh î. Ronî bide wê." Hêdî hêdî, zarok germ bû, çav vekirin. Her tişt rengîn dît, heft rengên pera. Dapîra got: „Tu sax î, lawê min. Tawûsî Melek li te diparêze." Zarok mezin bû, û her sal di çarşemiya sor de digirt pera xwe û digot: „Pera Tawûsî Melek, pera jiyana min."

NL-vertaling: Eens was een kind ziek. Geen medicijn hielp. De grootmoeder had een Tawûsî-Melek-veer in een kist bewaard. De oude vrouw haalde de veer eruit, legde hem op de borst van het kind en zei: „Tawûsî Melek, dit is ons kind. Jij bent de kleinste, reinste, zonder zonde. Geef hem licht." Langzaam werd het kind warm, opende de ogen. Het zag alles in kleur, de zeven kleuren van de veer. De grootmoeder: „Je bent gezond, mijn jongen. Tawûsî Melek beschermt je." Het kind groeide op en nam elk jaar op de Rode Woensdag zijn veer en zei: „De pauwenveer van Tawûsî Melek, de veer van mijn leven."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Tawûsî Melek als beschermfiguur (kindvriendelijk); genezingssymboliek door geloof; woordenschat: nexweş/sax (ziek/gezond), derman (medicijn), sandiq (kist), pera (veer).
  • Bron: Reşîd 1985 p.137; LTV kinderaflevering 22
  • Vertrouwen: A

A.23: Çîroka Kewê û Bilbilê (Patrijs en nachtegaal)

Hawar (Celîl & Celîl 1978):

Kew û Bilbil hev dîtin di daristanê. Kew got: „Bilbilê, tu çima her şev bistirin?" Bilbil got: „Ez dixwazim ku dinya razê. Bê kilamê min, însan tirsdar in di şevê." Bilbil got: „Tu, kewê, çima rojê bangî dikî?" Kew got: „Ez dixwazim ku însan bilez bibin, kar bikin. Bê min, rojê însan razên." Wan gotin: „Em du heval in, lê em rojek û şevek dixebitin. Em mîna roj û heyîvê ne, em ji hev cuda ne, lê em bi hev re jiyana dinyê dikin."

NL-vertaling: Patrijs en nachtegaal ontmoetten elkaar in het bos. Patrijs: „Nachtegaal, waarom zing je elke nacht?" Nachtegaal: „Ik wil dat de wereld slaapt. Zonder mijn lied zijn de mensen bang in de nacht." Nachtegaal: „Jij, patrijs, waarom roep je overdag?" Patrijs: „Ik wil dat de mensen snel zijn, werken. Zonder mij zouden mensen overdag slapen." Ze zeiden: „Wij zijn twee vrienden, maar wij werken dag en nacht. Wij zijn als zon en maan, wij zijn verschillend, maar samen maken wij het leven van de wereld."

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dieren vogels kew/bilbil (patrijs/nachtegaal); dag/nacht; waarden: ieder heeft een taak; woordenschat: banglî kirin (roepen), stiran/kilam (lied), tirsdar (angstig).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.92
  • Vertrouwen: A

A.24: Çîroka Mîrê Zêrîn û Lawê Feqîr (Gouden koning en arme jongen)

Hawar (Cindî 1962 / Rudenko 1970):

Carekê du zarok bûn. Yek mîrê zêrîn, di kemera zêr de, di kefşan zîv de. Yê dî, lawê feqîr, bê pêçik di destê xwe de. Rojek wan li ber çem hev dîtin. Mîr got: „Tu çawa dikarî bê zêr bijî?" Lawê feqîr got: „Ez nan dixwim, av vedixwim, dilê min têr e." Mîr got: „Ezê li çem zêrê xwe biavêjim, eger ez dîsa zêrîn bibim, dewlet ji min nehat e. Eger ne, ezê mîrê fêris bim." Mîrê zêr di çem de avêt. Sibehê dîsa zêr di kemera wî de dîda, lê dilê wî pir giran bû. Ji ber ku zêr ne bextê wî bû, bextê wî di dil de bû. Lawê feqîr, ku tu zêr ne hebû, dilê wî hertim sivik bû. Mîr fêhm kir: „Bext ne ji zêr e, bext ji dil e."

NL-vertaling: Er waren eens twee kinderen. De een een gouden prins, met gouden gordel, zilveren schoenen. De ander, een arme jongen, zonder bescherming aan de handen. Op een dag ontmoetten ze elkaar bij de rivier. De prins: „Hoe kun jij zonder goud leven?" De arme jongen: „Ik eet brood, drink water, mijn hart is verzadigd." De prins: „Ik gooi mijn goud in de rivier, als ik weer gouden word, komt de rijkdom niet van mij. Zo niet, dan zal ik een wijze koning zijn." De prins gooide het goud in de rivier. 's Morgens zag hij het goud weer aan zijn gordel, maar zijn hart was heel zwaar. Want het goud was niet zijn geluk, zijn geluk lag in het hart. De arme jongen, die geen goud had, diens hart was altijd licht. De prins begreep: „Geluk is niet van goud, geluk is van het hart."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: waarden: geluk = hart, niet het materiële; woordenschat: zêrîn (gouden), kemer (gordel), kefş (schoenen), dewlet (rijkdom), fêris (wijs).
  • Bron: Cindî 1962 p.65; Rudenko 1970 var.
  • Vertrouwen: A

A.25: Çîroka Sînemxan û Bilbil (Sînemxan en de nachtegaal)

Hawar (Reşîd 1985 / RY-opname Sînem 1962):

Keçek hebû, navê wê Sînem bû. Sînem dengê wê pir delal bû, mîna bilbilê. Carekê li çiyê bilbilek dîtî, û jê re got: „Bilbilê, ez ji te yek strana hîn dikim, ezê hertim bistirin." Bilbilê got: „Stranek, lê tu yê bidî zarokên xwe, ji bo ku ew jî bistirin." Bilbilê dengê xwe da, Sînem hîn bû, û her şev li gund Sînem stiran got. Dengê wê bigihîşt heya rojhilatî. Ji wê rojê û pê ve, mirov dibêjin: „Sînem bilbila êzdîya bû. Strana wê, strana hemû zarokên êzdî ye."

NL-vertaling: Er was een meisje genaamd Sînem. Sînem had een heel mooie stem, als de nachtegaal. Eens zag ze in het gebergte een nachtegaal en zei: „Nachtegaal, leer mij een lied, ik zal het altijd zingen." De nachtegaal: „Een lied, maar je moet het aan je kinderen geven, opdat ook zij zingen." De nachtegaal liet zijn stem klinken, Sînem leerde het, en elke avond zong Sînem in het dorp. Haar stem reikte tot aan de zonsopgang. Vanaf die dag zeggen de mensen: „Sînem was de nachtegaal van de Êzîden. Haar lied, is het lied van alle Êzîdî-kinderen."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-persoonlijkheid Sînemxan Têl-A-Qedo (Aparan-zangeres Radio Jerevan 1962); woordenschat: deng delal (mooie stem), stiran (zingen), rojhilat (zonsopgang/oosten); voorbeeld voor de muziektraditie.
  • Bron: Reşîd 1985 p.122; RY-opname „Sînem dengbêj" 1962
  • Vertrouwen: A

A.26: Çîroka Sersala Êzdiya (Êzîdî-nieuwjaarsvertelling)

Hawar (EAH-leesboek / LTV):

Çarşemiya yekem ya nîsanê dihat. Dêya zarokan got: „Em ji bo sersalê amade bibin." Zarokan got: „Çawa em amade bibin?" Dêya got: „Yekem, em malê paqij dikin. Duyem, em hêkan sor dikin. Sêyem, em kade pêjikin. Çarem, em cilên xwe yên rengîn lixin. Pêncem, em diçin zêrê û cîrana silav didin: ‘Sersala te pîroz be!’ Şeşem, em hêkan li hev didin: ya kê neşkîne, bextê wî mezin be. Heftem, em şev distirin û direqisin." Zarokan ev heft tişt kirin. Çarşem hat, û her zarokê êzdî di gundê xwe de bextiyar bû. Sersala xwe pîroz!

NL-vertaling: De eerste woensdag van april naderde. De moeder van de kinderen zei: „Wij bereiden ons voor op het nieuwjaar." De kinderen: „Hoe bereiden wij ons voor?" De moeder: „Ten eerste, wij reinigen het huis. Ten tweede, wij verven eieren rood. Ten derde, wij bakken Kade. Ten vierde, wij trekken onze bonte kleren aan. Ten vijfde, wij gaan naar familie en buren en groeten: ‘Je nieuwjaar zij gezegend!’ Ten zesde, wij slaan eieren tegen elkaar: wiens ei niet breekt, diens geluk zij groot. Ten zevende, wij zingen en dansen 's avonds." De kinderen deden deze zeven dingen. De woensdag kwam, en elk Êzîdî-kind in zijn dorp was gelukkig. Gezegend zij je nieuwjaar!

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Çarşemiya Sor 7-stappen-ritueel (kindvriendelijk); woordenschat: amade (klaar), paqij kirin (reinigen), pêjikin (bakken), direqisin (dansen), zêrê û cîran (familie en buren).
  • Bron: EAH klas 3 p.45; LTV aflevering 7
  • Vertrouwen: A

A.27: Çîroka Lîstika Sîngê Çiya (Het spel op de berghelling)

Hawar (Çaçanî / AI-Aparan):

Çend zarok li ser sîngê çiya gerî. Wan gotin: „Em lîstikek dilîzin." Yek got: „Em bibin baz, ji ser çiya rabin û li ezmên bigerin." Yek got: „Em bibin pez, bi hev re bigerîn û baxçê biparêzîn." Yek got: „Em bibin dar, em bi rastî bisekinin û her tişt biparêzîn." Lê yek zarokê biçûk got: „Em hertiştî bibin: niha baz, niha pez, niha dar. Lîstik tê wê demê xweş e ku em ne yek tişt bin." Hemû ket bi vê gotinê, û lîstika wan heya êvarê dirêj bû. Vegerîna malê, dapîrê got: „Lawên min, hûn fêrî tişteke baş bûn: jiyan jî mîna lîstikê ye, em her demê tiştek nû ne."

NL-vertaling: Enkele kinderen liepen op de berghelling. Ze zeiden: „Laten we een spel spelen." Een: „Laten we valken worden, opvliegen van de berg en aan de hemel zweven." Een: „Laten we schapen worden, samen lopen en de tuin beschermen." Een: „Laten we bomen worden, vast staan en alles beschermen." Maar het kleinste kind: „Laten we alles worden: nu valk, nu schaap, nu boom. Het spel is dan mooi, wanneer wij niet één ding zijn." Allen stemden in, en hun spel duurde tot de avond. Bij het naar huis keren zei de grootmoeder: „Mijn zonen, jullie hebben iets goeds geleerd: het leven is ook als een spel, wij zijn altijd iets nieuws."

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: rollenspel, dierenvergelijkingen; waarden: flexibiliteit, fantasie; woordenschat: baz (valk), pez (schaap), dar (boom), lîstik (spel).
  • Bron: Çaçanî p.58; AI-Aparan
  • Vertrouwen: B

A.28: Çîroka Gulokî û Hesp (Knikker en paard)

Hawar (Cindî 1962):

Lawê biçûk bû, dilê wî tijî gulokî bû. Her sibeh li gund bi gulokiyên xwe dilîst. Lê hespekî bavê wî hebû, li ahêran. Bavê got: „Lawê min, gulokî baş in, lê hesp jî heval e." Lawê got: „Hesp pir mezin e, ez jê ditirsim." Bavê got: „Tu nêzîkê wî bibe. Hesp ji hespsiwarên xwe natirsin, ew ji yên ku jê ditirsin ditirsin." Lawê hêdî hêdî nêzîk hesp bû. Hespê serê xwe da ber wî, mîna ku silav bide. Lawê dest da serê hesp. Ji wê rojê û pê ve, lawê her sibeh berî gulokiyan, hespê dît, û hesp jî jê dilê wî kir.

NL-vertaling: Er was een kleine jongen, zijn hart was vol knikkers. Elke morgen speelde hij met zijn knikkers in het dorp. Maar zijn vader had een paard in de stal. De vader: „Mijn jongen, knikkers zijn goed, maar het paard is ook een vriend." De jongen: „Het paard is heel groot, ik ben er bang voor." De vader: „Kom dichtbij hem. Paarden vrezen hun ruiters niet, ze vrezen degenen die bang voor hen zijn." De jongen ging langzaam naar het paard. Het paard boog de kop, alsof het groette. De jongen legde de hand op de paardenkop. Vanaf die dag zag de jongen elke morgen, vóór de knikkers, het paard, en het paard hield ook van hem.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dieren hesp (paard); speelgoed gulokî (knikker); waarden: angst overwinnen, vriendschap met dieren; woordenschat: ahêran (stal), silav (groet), hespsiwar (ruiter).
  • Bron: Cindî 1962 p.42
  • Vertrouwen: B

A.29: Çîroka Çar Fesilan (De vier jaargetijden)

Hawar (Reşîd 1985 / EAH):

Sersal hat. Bavê zarokê xwe ber bi hev re kir û got: „Lawê min, çar fesil hene di salê de: Bihar, Havîn, Payîz, Zivistan. Em bi hev re binerin." Bihar, gul derdikevin, bilbil distirin, lê zarok li deşt direvin. Havîn, rojê germ e, em diçin avê, em mişk û keskayî dibînin. Payîz, pelê darê zer dibe, êlim diçe daristan ji bo daran. Zivistan, berf dibarîne, em li ber sobê rûdinin, çîrok dibîhizin. Lawê got: „Bavê min, ji çar fesilan kîjan herî xweş e?" Bavê got: „Lawê min, hemû xweş in. Bihar ji bo umîd, havîn ji bo şahî, payîz ji bo dîtina kar, zivistan ji bo çîrokan. Hertişt di demê xwe de xweş e."

NL-vertaling: Het nieuwjaar kwam. De vader nam zijn kind bij zich en zei: „Mijn jongen, er zijn vier jaargetijden in het jaar: Lente, Zomer, Herfst, Winter. Laten we ze samen bekijken." Lente, bloemen komen, nachtegalen zingen, kinderen rennen over de vlakte. Zomer, de zon is heet, wij gaan naar het water, wij zien muggen en groen. Herfst, de bladeren worden geel, het volk gaat naar het bos om hout te halen. Winter, sneeuw valt, wij zitten bij de kachel en horen verhalen. De jongen: „Mijn vader, welk van de vier jaargetijden is het mooist?" De vader: „Mijn jongen, ze zijn allemaal mooi. Lente voor de hoop, zomer voor de vreugde, herfst voor het werk, winter voor de verhalen. Alles is mooi op zijn tijd."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: vier jaargetijden bihar/havîn/payîz/zivistan; activiteiten per jaargetijde; waarden: elke tijd heeft zijn waarde; woordenschat: fesil (seizoen), sobe (kachel), umîd (hoop), şahî (vreugde).
  • Bron: Reşîd 1985 p.74; EAH klas 2 p.30
  • Vertrouwen: A

A.30: Çîroka Dapîra û Heft Zarok (De grootmoeder en zeven kinderen)

Hawar (Cindî 1962 / Celîl & Celîl 1978):

Dapîrek hebû, heft zarok li dora wê. Her zarokek navekî hebû: Bihar, Stêr, Av, Ba, Berf, Agir, Dil. Dapîra her şev çîrokek vedigot. Carekê zarokan got: „Dapîrê, em ji çîrokan têr nabin." Dapîra got: „Hûn, lawên min, hûn çîrok in. Her yek ji we, çîrokeke mezin e. Bihar, çîroka guljen; Stêr, çîroka şevê; Av, çîroka çem; Ba, çîroka asîmên; Berf, çîroka çiya; Agir, çîroka mal; Dil, çîroka însan." Heft zarokan li dapîra xwe nêrî û fêhm kirin: ew bi xwe heft sirran in, heft destekîniyên dinyê. Ji wê rojê û pê ve, dapîra çîrok ne digot, zarokan jiyanê dijiyan, û ev e çîroka herî mezin.

NL-vertaling: Er was een grootmoeder, zeven kinderen om haar heen. Elk kind had een naam: Lente, Ster, Water, Wind, Sneeuw, Vuur, Hart. De grootmoeder vertelde elke avond een verhaal. Eens zeiden de kinderen: „Oma, wij hebben genoeg van verhalen." De grootmoeder: „Jullie, mijn zonen, jullie zijn verhalen. Ieder van jullie is een groot verhaal. Lente, het verhaal van de bloemenwei; Ster, het verhaal van de nacht; Water, het verhaal van de rivier; Wind, het verhaal van de hemel; Sneeuw, het verhaal van de bergen; Vuur, het verhaal van het huis; Hart, het verhaal van de mens." De zeven kinderen keken hun grootmoeder aan en begrepen: zij zelf zijn de zeven geheimen, de zeven steunpilaren van de wereld. Vanaf die dag vertelde de grootmoeder geen verhalen meer, de kinderen leefden het leven, en dat is het grootste verhaal.

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Heft Sirran (7 steunpilaren) als allegorische verhalen (kindvriendelijk); zelfwaarde: elk kind is waardevol; woordenschat: destekîn (steunpilaar), guljen (bloemenwei), însan (mens).
  • Bron: Cindî 1962 p.158; Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.184
  • Vertrouwen: A

A.31: Çîroka Pîra Kal û Zarokê Mêvan (De oude vrouw en het gastkind)

Hawar (Çaçanî / SDH):

Pîreke kal tenê dijiya. Mêr û keça wê çûbûn. Sersala dihat, lê pîra tenê bû. Sibeha çarşemiya sor, zarokek li ber deriyê wê hat. Çavên zarokê pir delal bûn. Got: „Dapîrê, ez bê mal û bê kêf hatime. Tu min digirî nava xwe?" Pîra got: „Were, lawê min. Sersala min jî tenê bû, niha em du ne. Em bi hev re hêkan sor bikin." Wan kade pêjikirin, hêkan sor kirin, û li hev danîn. Şev, zarok got: „Dapîrê, ezê herim malê. Lê tu yê her sersalê min bibînî." Pîra fêhm kir, ev ne zarokek însan bû. Ev Xizir bû di sûretê zarokê de. Ji wê rojê û pê ve, pîra tenê ne bû; her sersala ronî dihat malê.

NL-vertaling: Een oude vrouw leefde alleen. Man en dochter waren weg. Het nieuwjaar naderde, maar de oude vrouw was alleen. Op de morgen van de Rode Woensdag kwam een kind aan haar deur. De ogen van het kind waren heel mooi. Het zei: „Grootmoeder, ik ben zonder huis en zonder vreugde gekomen. Neem je mij op?" De oude vrouw: „Kom, mijn zoon. Mijn nieuwjaar was ook alleen, nu zijn we met zijn tweeën. Laten we samen eieren rood verven." Ze bakten Kade, verfden eieren, sloegen ze tegen elkaar. 's Avonds zei het kind: „Grootmoeder, ik zal naar huis gaan. Maar je zult mij bij elk nieuwjaar zien." De oude vrouw begreep, dit was geen menselijk kind. Dit was Xizir in kindergedaante. Vanaf die dag was de oude vrouw niet meer alleen; bij elk nieuwjaar kwam er licht in haar huis.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-heilige Xizir als kindervriend; waarden: eenzaamheid overwinnen door gastvrijheid, nieuwjaar is voor iedereen; woordenschat: tenê (alleen), kêf (vreugde), Xizir, sûret (gedaante).
  • Bron: Çaçanî p.83; SDH-Sinjar
  • Vertrouwen: B

A.32: Çîroka Pêncêmberê û Şîn (Donderdag en verbondenheid met de heimat)

Hawar (PMX / EAH):

Bavê zarokê xwe got: „Lawê min, em êzdî pêncşemb diparêzîn. Ev roja me ye ya pîroz. Tu dizanî çima?" Zarokê got: „Na, bavê min." Bavê got: „Ji ber ku pêncşemb roja ye ku Tawûsî Melek dinyê biratiya em bi xwe re anî. Ev roja ye ku em ji hev re dihatin, çîrok dibêjin, kilam distirin. Ev roja ye ku dilê me bi hev re tijî dibe." Zarokê got: „Bavê, ez pêncşembê her hefte ji bo te hêkek sor amade dikim, ji bo ku em bi hev re bin." Bavê giriya. „Lawê min, te a herî baş tişt got, em pêncşembê, em hertim bi hev re ne."

NL-vertaling: De vader zei tegen zijn kind: „Mijn jongen, wij Êzîden eren de donderdag. Dat is onze heilige dag. Weet je waarom?" Het kind: „Nee, mijn vader." De vader: „Omdat donderdag de dag is waarop Tawûsî Melek de broederlijkheid op de wereld bracht. Dat is de dag waarop wij elkaar ontmoeten, verhalen vertellen, liederen zingen. Dat is de dag waarop ons hart voor elkaar vol wordt." Het kind: „Vader, ik bereid elke donderdag een rood ei voor jou, opdat we samen zijn." De vader huilde. „Mijn jongen, je hebt het beste gezegd, op donderdag zijn we altijd samen."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: belangrijke Êzîdî-weekdag Pêncşemb (donderdagavond = heilig); familiesamenhang; woordenschat: pêncşemb (donderdag), biratî (broederlijkheid), dilê tijî (vol hart).
  • Bron: PMX Oldenburg 2020; EAH klas 4 p.62
  • Vertrouwen: A

Sectie B: Lorî / Wiegeliedjes

16 Lorî, gesorteerd naar regio: Klassiek / Aparan / Sinjar / Bahzani / diaspora-varianten.


B.1: Lorî-Lorî (Klassiek wiegelied)

Hawar (Celîl 1957 p.211, RY-opname Sînem):

Lorî, lorî, lorî-lorî, Lorî bo te, gula min, Şev tê û tu razê, Heyîv li serê te bê.

Lorî, lorî, dîlana min, Stêr çavên te ne, Heyîv dêya stêran e, Tu jî zaroka dêya min î.

Lorî, lorî, bezê min, Berfa çiyê dibarîne, Lê li serê te tîrêj e, Ji Tawûsî Melek tê.

Cyrillisch (Celîl 1957):

Лöри, лöри, лöри-лöри, Лöри бо т’э, гула мьн, Шэв т’э у т’у разэ, Hэйив ль сэре т’э бе.

NL-vertaling: Slaap, slaap, slaap zacht, Slaap voor jou, mijn bloem, De nacht komt en jij slaapt, De maan kome op jouw hoofd.

Slaap, slaap, mijn dans, Sterren zijn jouw ogen, De maan is de moeder van de sterren, Jij bent het kind van mijn moeder.

Slaap, slaap, mijn kleintje, De sneeuw van de bergen valt, Maar op jouw hoofd is zonnestraal, Hij komt van Tawûsî Melek.

  • Leeftijd: 0–3 (baby), 3–5 (om mee te zingen)
  • Leerdoel: klassieke begrippen lorî (wiegelied), gul (bloem), şev (nacht), heyîv (maan), stêr (ster), Tawûsî Melek; slaaproutine; zachte stemmodulatie.
  • Bron: Celîl 1957 p.211; RY Sînem 1962
  • Vertrouwen: A

B.2: Lorîya Dayê (Moeders wiegelied)

Hawar (Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.156, Aparan-variant):

Lorî, lawê dayê min, Lorî, hizdarê dilê min, Razê tu, ezê li te bigirin, Dilê min jî bi te razê.

Bavê te li çiyê ye, Pez li deşt e, Lê dêya te li ber te ye, Çavên dêya, tîrêj e.

Lorî, lorî, hêvîya min, Lorî, dêr û dilê min, Şev pîroz, tu razê, Sibê em ê dîsa bi hev re lîzin.

NL-vertaling: Slaap, zoon van de moeder, Slaap, lieveling van mijn hart, Slaap jij, ik waak over je, Mijn hart slape ook met jou.

Jouw vader is in het gebergte, De schapen zijn in de vlakte, Maar jouw moeder is bij je, De ogen van de moeder, zijn zonnestraal.

Slaap, slaap, mijn hoop, Slaap, mijn thuis en mijn hart, Heilige nacht, jij slaapt, Morgen spelen wij weer samen.

  • Leeftijd: 0–3, 3–5
  • Leerdoel: familierollen bav/dê (vader/moeder), pez (schapen), çiya/deşt (berg/vlakte); slaapveiligheid door moeder; woordenschat: hizdar (lieveling), hêvî (hoop).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.156; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

B.3: Lorîya Bavê (Vader-wiegelied-variant)

Hawar (Reşîd 1985 p.198):

Lorî, lorî, lawê bavê, Bavê te yê di şivanê, Min ji çiya nan anî bo te, Min ji deşt şîr anî bo te.

Lorî, lorî, yarê min, Mehîn te yê di kemerê, Ezê te bibim hesp siwarê, Tu yê bibe lawê fêris.

Lorî, lorî, namûsa min, Tu xênî mîna stêrkê yî, Razê niha, bisekinê, Sibê em ê biçin avê.

NL-vertaling: Slaap, slaap, zoon van de vader, Jouw vader is herder, Ik bracht brood van het gebergte voor jou, Ik bracht melk van de vlakte voor jou.

Slaap, slaap, mijn lieveling, Een paard heb je aan de gordel, Ik zal je tot ruiter maken, Jij wordt de wijze zoon.

Slaap, slaap, mijn eer, Jij straalt als een ster, Slaap nu, rust, Morgen gaan wij naar het water.

  • Leeftijd: 0–3, 3–5
  • Leerdoel: vaderbinding (zeldzaam in Lorî, belangrijk voor evenwichtige opvoeding); beroepen şivan (herder); woordenschat: kemer (gordel), hesp siwar (ruiter), fêris (wijs), namûs (eer).
  • Bron: Reşîd 1985 p.198
  • Vertrouwen: B

B.4: Heyranok Lorî (Heyranok-wiegelied)

Hawar (Celîl 1957 / RY):

Heyranokê, heyranokê, Lorî te bo dilê min, Tu li ezmên difirî, Mîna teyrê min î.

Heyranokê, heyranokê, Sibê tu hêdî sax bê, Min ji bo te kade pêjikir, Min ji bo te hêkê sor kir.

Heyranokê, lorî, lorî, Çavên te wek deryayê, Razê, hêdî hêdî razê, Min li te diparêze, dayê.

NL-vertaling: Heyranok (mijn oogappel), Heyranok, Een wiegelied voor jou, mijn hart, Jij vliegt aan de hemel, Jij bent als mijn vogel.

Heyranok, Heyranok, Morgen word je langzaam gezond, Ik heb Kade voor jou gebakken, Ik heb eieren rood voor jou geverfd.

Heyranok, slaap, slaap, Jouw ogen als de zee, Slaap, langzaam langzaam slaap, Ik bescherm je, mama.

  • Leeftijd: 0–3
  • Leerdoel: koosnamen heyranok (oogappel/lieveling); moederroutine; woordenschat: teyr (vogel), kade (koek), derya (zee), parastin (beschermen).
  • Bron: Celîl 1957 p.215; RY-Aslîka Qadir 1968
  • Vertrouwen: A

B.5: Lorîya Bûka Sersalê (Nieuwjaarsbruid-Lorî)

Hawar (LTV / EAH):

Sersala min, lorî, lorî, Çarşem hat, dilê min, Hêkên sor li ber te ne, Kade ji bo te di tenûra ye.

Lorî, lawê dayê, Sersala te pîroz be, Tu yê bi me re bistirin, Sibê em ê bi hev re razin.

Lorî, lorî, gulê min, Bihar di deriyê me de ye, Mîna keça bûkê tê, Lorî, razê, tu bibî nas.

NL-vertaling: Mijn nieuwjaar, slaap, slaap, Woensdag kwam, mijn hart, Rode eieren zijn vóór jou, Kade is in de oven voor jou.

Slaap, zoon van de moeder, Jouw nieuwjaar zij gezegend, Jij zult met ons zingen, Morgen dansen wij samen.

Slaap, slaap, mijn bloem, De lente is aan onze deur, Komt als een bruidsmeisje, Slaap, rust, jij wordt bekend.

  • Leeftijd: 0–3, 3–5
  • Leerdoel: Lorî met feestdag-verwijzing (zeldzaam, Çarşemiya Sor); woordenschat: sersal (nieuwjaar), tenûr (oven), bûk (bruid), direqisin (dansen).
  • Bron: LTV liederenverzameling; EAH-kleuterschoolboekje
  • Vertrouwen: B

B.6: Lorî Sinjar (Sinjar-variant)

Hawar (SDH-Sinjar, mondeling overgeleverd):

Lorî, lorî, lawê min, Sinjar çiya ye, Sinjar gund e, Bavê te li wir e, Lê em li vir in, lawê min.

Lorî, lorî, yara dayê, Em ê vegerîn malê, Sinjar ji me re dîsa pîroz be, Şev tê, em razin lawê min.

Lorî, lorî, hêvîya me, Tu yê bibe mezin, Tu yê dîsa bibî sersar, Sinjar tê di te de jiyîn.

NL-vertaling: Slaap, slaap, mijn zoon, Sinjar is de berg, Sinjar is het dorp, Jouw vader is daar, Maar wij zijn hier, mijn zoon.

Slaap, slaap, lief van de moeder, Wij zullen naar huis keren, Sinjar zij weer gezegend voor ons, De nacht komt, wij slapen, mijn zoon.

Slaap, slaap, onze hoop, Jij zult groot worden, Jij zult weer feestdag hebben, Sinjar zal in jou leven.

  • Leeftijd: 3–5, 6–10
  • Leerdoel: Sinjar als Êzîdî-heimat (kindvriendelijk, verdrijving 2014 niet direct aangesneden); woordenschat: Sinjar (heimat-berg/regio), vegerîn (terugkeren), jiyîn (leven).
  • Bron: SDH-Hannover/Celle 2018–2024
  • Vertrouwen: C
  • Opmerking: Deze variant is gevoelig, aanpassing aan familiegeschiedenis aanbevolen.

B.7: Lorî Bahzani (Bahzani/Bashika-variant)

Hawar (Êzîdî-Academie Hannover, Bahzani-informant):

Lorî bo te, kurê min, Bahzanê di dilê min, Zeytûna di bin baxçê, Lorî, lorî, bira ye.

Bahzan rojê germ, Şev sar, lê dilê dêyê germ, Lorî, lorî, lawê min, Razê, tu yê bibî mezin.

NL-vertaling: Slaap voor jou, mijn zoon, Bahzan is in mijn hart, De olijf in de tuin, Slaap, slaap, broer.

Bahzan overdag heet, 's Nachts koud, maar het hart van de moeder warm, Slaap, slaap, mijn zoon, Slaap, jij wordt groot.

  • Leeftijd: 0–3
  • Leerdoel: Bahzani/Bashika (Êzîdî-dorp bij Mosul, Irak) als tweede heimat; woordenschat: zeytûn (olijf), baxçê (tuin).
  • Bron: EAH-Bahzani informant 2019
  • Vertrouwen: C

B.8: Lorîya Heyîvê (Maan-wiegelied)

Hawar (Celîl & Celîl 1978 / AI-Aparan):

Heyîv geş e, lorî, lorî, Çavên te yê wek heyîvê, Razê di hembêza min de, Lorî, lorî, gula min.

Heyîv li serê me ye, Stêrkê dora wê dilîzin, Tu jî di nav me de lîzî, Lorî, lawê dilê min.

Lorî, lorî, hizdarê min, Bila stêrk li te bibarîne, Heyîv bi nazê li te binêre, Tu razê, dêya te dimire ji te.

NL-vertaling: De maan straalt, slaap, slaap, Jouw ogen zijn als de maan, Slaap in mijn omarming, Slaap, slaap, mijn bloem.

De maan is boven ons, De sterren spelen om hem, Ook jij zult tussen ons spelen, Slaap, zoon van mijn hart.

Slaap, slaap, mijn lieveling, Mogen sterren op jou vallen, De maan zie jou met zachtheid aan, Slaap, jouw moeder sterft voor jou.

  • Leeftijd: 0–3, 3–5
  • Leerdoel: astronomie + wiegelied; intense moederliefde (retorisch); woordenschat: heyîv geş (heldere maan), hembêz (omarming), naz (zachtheid/charme).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.162; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

B.9: Lorîya Berbêjingê (Wieg-schommel-Lorî)

Hawar (Cindî 1962 / RT):

Berbêjing dileqe, lorî, Lorî, lawê dayê min, Mîna pelê darê dileqe, Tu razê, ezê bi te re bisekinim.

Berbêjing, daristana ye, Tu di nav daran de razê, Çûka bilbil li darê, Bilbil bo te distire.

Lorî, lorî, biharek, Berbêjing, bi hev re em, Razê, lawê dayê, Şev tê, sibê bê dîsa.

NL-vertaling: De wieg schommelt, slaap, Slaap, zoon van mijn moeder, Als een blad aan de boom schommelt zij, Slaap, ik rust met jou.

De wieg, een bos, Jij slaapt tussen bomen, De nachtegaal-vogel aan de boom, De nachtegaal zingt voor jou.

Slaap, slaap, een lente, De wieg, dat zijn wij samen, Slaap, zoon van de moeder, De nacht komt, morgen kom weer.

  • Leeftijd: 0–3
  • Leerdoel: wieg-beweging berbêjing dileqe; natuurbeeld; woordenschat: berbêjing (wieg), leq dan (schommelen), pelê darê (blad aan de boom).
  • Bron: Cindî 1962 p.225; RT 1959
  • Vertrouwen: A

B.10: Lorî Tawûsî Melek (Tawûsî-Melek-wiegelied)

Hawar (Reşîd 1985 / LTV):

Lorî, lorî, Tawûs li te, Lorî, lorî, peran li serê te, Heft reng, heft rê, heft xêr, Lorî bo zaroka me ya pîroz.

Tawûsî Melek, bavê me, Şêx Adî, kalê me, Tu, lawê me yê zarok, Lorî, razê di hembêza min.

Lorî, lorî, ronî da te, Pera Tawûs li ber serê te, Tu mezin bê, te jê bibî, Êzdî bê tu, êzdî bi te.

NL-vertaling: Slaap, slaap, Tawûs (pauw) boven jou, Slaap, slaap, veren aan jouw hoofd, Zeven kleuren, zeven wegen, zeven zegeningen, Slaap voor ons heilige kind.

Tawûsî Melek, onze vader, Şêx Adî, onze oude wijze, Jij, onze kleine zoon, Slaap, slaap in mijn omarming.

Slaap, slaap, licht is boven jou, Tawûs-veer aan het hoofdeind, Wanneer je groot bent, wees jij daaruit, Êzîde zonder jou, Êzîde met jou.

  • Leeftijd: 0–3 (zeer gevoelig, religieuze symboliek)
  • Leerdoel: Êzîdî-identiteitsvorming van de geboorte af; Tawûsî Melek-Pera-symbool; woordenschat: Tawûs (pauw), Şêx Adî, pera/peran (veer/veren).
  • Bron: Reşîd 1985 p.201; LTV
  • Vertrouwen: B

B.11: Lorîya Çiya (Berg-wiegelied)

Hawar (RY-Sînem 1968 / AI-Aparan):

Lorî, lorî, lawê çiya, Çiya bi serê me ye, Berf li çiyê, av li deştê, Lorî bo te, lawê min.

Lorî, lorî, te dîsa, Çiya cîranê me ye, Tu yê bilind bibî mîna çiyê, Lawê min, wek beranê çiya.

NL-vertaling: Slaap, slaap, zoon van de bergen, De bergen boven ons, Sneeuw op de bergen, water in de vlakte, Slaap voor jou, mijn zoon.

Slaap, slaap, jou weer, De berg is onze buurman, Jij zult hoog worden als de berg, Mijn zoon, als de ram van de bergen.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: bergverbondenheid (Êzîdî-identiteit, Aparan/Sinjar als bergvolk); woordenschat: çiya (berg), cîran (buurman), beran (ram), bilind (hoog).
  • Bron: RY-Sînem 1968 opname „Lorîya çiya"; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

B.12: Lorîya Karmehîn (Wiegelied van de merrie)

Hawar (Cindî 1962 p.230, variant Aparan):

Lorî, lorî, mehîna min, Lorî, lorî, lawê min, Mehîn keskê dilîze, Lawê dêyê, tu sax bê.

Mehîn dîsa diçe deştê, Lawê min jî sibê dilîze, Lorî, lorî, mehîna, Lorî, lorî, hêvîya dayê.

NL-vertaling: Slaap, slaap, mijn merrie, Slaap, slaap, mijn zoon, De merrie speelt in het groen, Zoon van de moeder, wees gezond.

De merrie gaat weer naar de vlakte, Mijn zoon speelt morgen ook, Slaap, slaap, mijn merrie, Slaap, slaap, hoop van de moeder.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dieren mehîn (merrie); landelijke wereld; woordenschat: kesk (groen), dilîze (speelt).
  • Bron: Cindî 1962 p.230
  • Vertrouwen: B

B.13: Lorîya Avê (Water-wiegelied)

Hawar (Celîl & Celîl 1978 / AI):

Av diçe, lorî, lorî, Av kanîya çiyê ye, Av jiyana me ye, Lorî, lorî, lawê min.

Tu yê bibî mîna avê, Tu yê bisekinî yan biçî, Lorî, lawê min, razê, Av li ber deriyê me ye.

NL-vertaling: Het water gaat, slaap, slaap, Het water is bergbron, Het water is ons leven, Slaap, slaap, mijn zoon.

Jij zult als het water zijn, Jij staat of gaat, Slaap, mijn zoon, rust, Het water is aan onze deur.

  • Leeftijd: 0–3
  • Leerdoel: water-heiligheid in het Êzîdîsme (baby’s worden aan het water gewend); woordenschat: av (water), kanî (bron), jiyan (leven).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.165
  • Vertrouwen: A

B.14: Lorîya Bihar (Lente-wiegelied)

Hawar (Reşîd 1985 / EAH):

Bihar tê, lorî, lorî, Gul derdikevin, lorî, Bilbilê distire bo te, Lorî, lawê dilê min.

Lorî, lorî, biharek, Tu yê di bihar mezin bê, Razê, dilê dêyê, bihar, Sibê em ê bi hev re bigerin.

NL-vertaling: De lente komt, slaap, slaap, Bloemen verschijnen, slaap, De nachtegaal zingt voor jou, Slaap, zoon van mijn hart.

Slaap, slaap, een lente, Jij zult in de lente groot worden, Slaap, het hart van de moeder, lente, Morgen gaan wij samen rondwandelen.

  • Leeftijd: 0–3, 3–5
  • Leerdoel: seizoensgebonden Lorî; lenteverbinding; eenvoudige woordenschat: bihar/gul/bilbil/bigerin.
  • Bron: Reşîd 1985 p.205; EAH-kita-boekje
  • Vertrouwen: B

B.15: Lorî-Diaspora (Diaspora-variant)

Hawar (Êzîdîpress 2018 / Celle-families):

Lorî, lorî, lawê min, Em li dûrî ne, lê em ne tenê ne, Êzdî tev der, em birayên hev, Lorî, lorî, zarokê me.

Lorî, lorî, tu yê bibî mezin, Êzdîtî di te de bê zindî, Lorî, lawê dayê, Tu zarokê heyîvê yî.

NL-vertaling: Slaap, slaap, mijn zoon, Wij zijn in de verte, maar niet alleen, Êzîden overal, wij broeders van elkaar, Slaap, slaap, ons kind.

Slaap, slaap, jij wordt groot, Êzîdîsme leve in jou, Slaap, zoon van de moeder, Jij bent kind van de maan.

  • Leeftijd: 0–3, 3–5
  • Leerdoel: diaspora-identiteit; verbinding met de wereldwijde Êzîdî-gemeenschap; woordenschat: dûrî (verte), birayên hev (broeders van elkaar), Êzdîtî (Êzîdîsme).
  • Bron: Êzîdîpress 2018; SDH-Celle traditie
  • Vertrouwen: C

B.16: Lorîya Gul û Bilbil (Bloem en nachtegaal)

Hawar (Celîl 1957 / RY):

Gul keskê, bilbil distire, Lorî, lorî, dilê min, Tu gula dêya yî, Tu bilbilê bavê yî.

Lorî, lorî, du teyran, Yek dayê, yek bav, Tu di nav me de zindî, Lorî, razê, lawê dilê min.

NL-vertaling: De bloem groent, de nachtegaal zingt, Slaap, slaap, mijn hart, Jij bent de bloem van de moeder, Jij bent de nachtegaal van de vader.

Slaap, slaap, twee vogels, Eén moeder, één vader, Jij leeft tussen ons, Slaap, slaap, zoon van mijn hart.

  • Leeftijd: 0–3
  • Leerdoel: symbool Gul/Bilbil = Êzîdî-klassieker voor moeder/vader-liefde; woordenschat: gul (bloem), bilbil (nachtegaal), zindî (levend).
  • Bron: Celîl 1957 p.219; RY 1965
  • Vertrouwen: A

Sectie C: Stranên Zarokan / Kinderliedjes

22 kinderliedjes om mee te zingen, spelen, dansen.


C.1: Govenda Zarokan (Kinder-reidans)

Hawar (Celîl & Celîl 1978 dl. 1 p.245):

Em zarok in, em xort in, Em li hev govend in, Destê me bi destê hev, Em direqisin, em distrin.

Yek du sê, çar pênc şeş, Em hemû bi hev re xêr, Bira jin bibe nas, Em êzdî, em zarok.

NL-vertaling: Wij zijn kinderen, wij zijn jong, Wij zijn samen in de reidans, Hand in hand, Wij dansen, wij zingen.

Een twee drie, vier vijf zes, Wij allen samen zegen, Moge het leven ons kennen, Wij Êzîden, wij kinderen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Govend (klassieke Êzîdî-kringdans); getallen 1–6; woordenschat: destê hev (hand in hand), direqisin/distrin (dansen/zingen).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 1 p.245
  • Vertrouwen: A

C.2: Beriyê (Herders-roeplied voor kinderen)

Hawar (Cindî 1962 / RY):

Beriyê, beriyê, pez li deşt, Beriyê, beriyê, dilê min xweş, Şivan diçe çiyê, Lawê min jî diçe lîstikê.

Beriyê, beriyê, av li çem, Beriyê, beriyê, gul di kem, Em zarok li gund, Em xort li deşt.

NL-vertaling: Beriye, Beriye (herdersroep), schapen in de vlakte, Beriye, mijn hart is blij, De herder gaat naar de bergen, Mijn zoon gaat naar het spel.

Beriye, beriye, water in de rivier, Beriye, beriye, bloemen bloeien, Wij kinderen in het dorp, Wij jong in de vlakte.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: klassieke herdersroep beriyê (kindvriendelijk); plattelandsleven; woordenschat: deşt (vlakte), çem (rivier), kemilîn (bloeien).
  • Bron: Cindî 1962 p.245; RY-Karapetê Xaço
  • Vertrouwen: A

C.3: Sema Heyîvê (Maandans-lied)

Hawar (Reşîd 1985 / Aparan):

Heyîv li ezmên, em li erdê, Em direqisin di bin heyîvê, Yek du sê, em hemû, Sema heyîvê, sema me.

Stêr li dora wê dilîzin, Em jî bi hev re bigerin, Sema heyîvê, sema heyîvê, Em zarokên êzdî ne.

NL-vertaling: De maan aan de hemel, wij op de aarde, Wij dansen onder de maan, Een twee drie, wij allen, Maandans, onze dans.

Sterren spelen om hem, Ook wij gaan samen rond, Maandans, maandans, Wij zijn Êzîdî-kinderen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-verbinding met de maan (heilig); danslied; woordenschat: sema (dans, mystiek), erdê (aarde), direqisin (dansen).
  • Bron: Reşîd 1985 p.222
  • Vertrouwen: B

C.4: Topê min (Mijn bal)

Hawar (EAH klas 1):

Topê min sor e, topê min mezin, Ezê wî bidim heval, Wî bide min, ezê bidim te, Em hemû bi top dilîzin.

Top diçe, top tê, Mîna heyîvê li ezmên, Top bilez, top hêdî, Top li min, top li te.

NL-vertaling: Mijn bal is rood, mijn bal is groot, Ik geef hem aan de vriend, Geef hem aan mij, ik geef hem aan jou, Wij allen spelen met de bal.

De bal gaat, de bal komt, Als de maan aan de hemel, De bal snel, de bal langzaam, De bal bij mij, de bal bij jou.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: speelgoed top (bal); delen; woordenschat: sor/mezin (rood/groot), bilez/hêdî (snel/langzaam).
  • Bron: EAH klas 1 p.18
  • Vertrouwen: B

C.5: Lawê dayê (Zoon van de moeder)

Hawar (Celîl 1957 / RY):

Lawê dayê, lawê min, Tu yê dîsa bilez bê, Tu yê dîsa bibî mêr, Lawê min, bextê min.

Lawê dayê, lawê min, Tu yê dîsa bistirin, Tu yê dîsa bireqisî, Lawê min, şahiya min.

NL-vertaling: Zoon van de moeder, mijn zoon, Jij zult weer snel komen, Jij zult weer man worden, Mijn zoon, mijn geluk.

Zoon van de moeder, mijn zoon, Jij zult weer zingen, Jij zult weer dansen, Mijn zoon, mijn vreugde.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: moeder-zoon-relatie; identiteitsbevestiging; woordenschat: bilez (snel), mêr (man), bext/şahî (geluk/vreugde).
  • Bron: Celîl 1957 p.241
  • Vertrouwen: A

C.6: Heya Heya (Heya-Heya-rijmpje)

Hawar (Cindî 1962 / RT):

Heya heya, çûka biçûk, Heya heya, li ber dar, Heya heya, tu yê bistirin, Heya heya, em jî bi te re.

Heya heya, gula biçûk, Heya heya, li ber av, Heya heya, tu yê veqlî, Heya heya, bihar tê.

NL-vertaling: Heya heya, kleine vogel, Heya heya, aan de boom, Heya heya, jij zult zingen, Heya heya, wij ook met jou.

Heya heya, kleine bloem, Heya heya, aan het water, Heya heya, jij zult bloeien, Heya heya, de lente komt.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: ritmerijmpje; dieren+plantenwoordenschat; woordenschat: çûka biçûk (kleine vogel), veqlî (bloeien/openen).
  • Bron: Cindî 1962 p.265; RT 1962
  • Vertrouwen: A

C.7: Stran ji bo Sersalê (Lied voor nieuwjaar)

Hawar (LTV / EAH):

Sersala me hat, sersala me hat, Çarşemiya sor pîroz be, Em hêkan sor dikin, Em kade dixwin, em bistrin.

Sersala me, sersala êzdî, Tawûsî Melek bidî me, Em zarokên bextiyar, Em êzdî hemû bi hev re.

NL-vertaling: Ons nieuwjaar kwam, ons nieuwjaar kwam, Rode Woensdag zij gezegend, Wij verven eieren rood, Wij eten Kade, wij zingen.

Ons nieuwjaar, nieuwjaar van de Êzîden, Moge Tawûsî Melek ons geven, Wij gelukkige kinderen, Wij Êzîden allen samen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: nieuwjaarslied (bij Çarşemiya Sor); Êzîdî-identiteit; woordenschat: sersal/çarşem/hêk sor/kade.
  • Bron: LTV kinderprogramma; EAH-kleuterschoolboekje
  • Vertrouwen: A

C.8: Ezê herim baxçê (Ik ga naar de tuin)

Hawar (EAH klas 1 / Lalish):

Ezê herim baxçê, Ezê gul biçinim, Sor, zer, şîn û spî, Ezê deste bikim.

Ezê bo dayê bibim, Ezê bo bavê bibim, Ezê bo dapîrê bibim, Hemû dilxweş bin.

NL-vertaling: Ik zal naar de tuin gaan, Ik zal bloemen plukken, Rood, geel, blauw en wit, Ik zal een boeket maken.

Ik zal het naar de moeder brengen, Ik zal het naar de vader brengen, Ik zal het naar de grootmoeder brengen, Allen zullen blij zijn.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: kleuren; familieleden; activiteit plukken; woordenschat: baxçê (tuin), çinîn (plukken), deste (boeket), dilxweş (blij).
  • Bron: EAH klas 1 p.22
  • Vertrouwen: B

C.9: Pirpiroka (Vlinder)

Hawar (Çaçanî / RT kinderrubriek):

Pirpiroka, pirpiroka, Tu li ku diçî? Ezê herim gulê, Gulê di baxçê.

Pirpiroka, pirpiroka, Bê min jî biçim? Were, em bi hev re bigerin, Pirpiroka bi te re.

NL-vertaling: Vlinder, vlinder, Waar ga je heen? Ik ga naar de bloem, Naar de bloem in de tuin.

Vlinder, vlinder, Kom ik ook mee? Kom, wij gaan samen, Vlinder met jou.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dieren pirpiroka (vlinder); dialoog; woordenschat: baxçê (tuin), bigerin (rondwandelen).
  • Bron: Çaçanî p.92; RT 1965
  • Vertrouwen: B

C.10: Hespê biçûk (Het kleine paard)

Hawar (Celîl 1957 / Aparan-kinderen):

Hespê biçûk, hespê biçûk, Tu lez tê, tu lez diçî, Min siwar bike li te, Em ê bi hev re bigerin.

Hespê biçûk, hespê min, Çiya li ber me ye, Em ê bilez biçin, Heya kanîya çiya.

NL-vertaling: Klein paard, klein paard, Jij komt snel, jij gaat snel, Laat mij op je opstijgen, Wij gaan samen.

Klein paard, mijn paard, De berg is vóór ons, Wij gaan snel, Tot aan de bergbron.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dieren hesp (paard); beweging; woordenschat: siwar bibe (opstijgen), kanî (bron).
  • Bron: Celîl 1957 p.230
  • Vertrouwen: A

C.11: Çar pîçik (Vier kuikentjes)

Hawar (RT kinderrubriek / EAH):

Çar pîçikên biçûk, Yek du sê çar, Yek diçe, yek tê, Yek li dêya digerî.

Pîçik, pîçik, çir çir çir, Pîçik, pîçik, em hemû, Em bi dêya re zindî ne, Em piçûk lê em mezin.

NL-vertaling: Vier kleine kuikentjes, Een twee drie vier, Een gaat, een komt, Een zoekt de moeder.

Kuikentje, kuikentje, tjir tjir tjir, Kuikentje, kuikentje, wij allen, Wij leven met de moeder, Wij klein, maar wij groot.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: tellen 1–4; dierengeluiden çir çir (kuikentje); woordenschat: pîçik (kuikentje), zindî (levend).
  • Bron: RT 1968 kindersectie; EAH klas 1
  • Vertrouwen: B

C.12: Diçim mektebê (Ik ga naar school)

Hawar (EAH klas 1 / LTV):

Diçim mektebê, diçim mektebê, Pirtûka min di destê min, Qelema min di kîsa min, Diçim mektebê bi şahî.

Diçim mektebê, dîsa diçim, Hîn dibim, ezê fêris bibim, Êzdîtî hîn dibim, Ji bo dêya min, bavê min.

NL-vertaling: Ik ga naar school, ik ga naar school, Mijn boek in mijn hand, Mijn pen in mijn tas, Ik ga met vreugde naar school.

Ik ga naar school, ik ga weer, Ik leer, ik word wijs, Ik leer het Êzîdîsme, Voor mijn moeder, mijn vader.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: schoolse routine; schoolspullen; woordenschat: mekteb (school), pirtûk (boek), qelem (pen), kîs (tas), fêris (wijs).
  • Bron: EAH klas 1 p.30
  • Vertrouwen: B

C.13: Mişk û pisîk (Muis en kat)

Hawar (Celîl & Celîl 1978):

Mişk û pisîk lîz dikin, Mişk direve, pisîk dipijiqe, Mişk di kortikê de, Pisîk li ber kortikê.

Mişk got: „Pisîkê, hêdî, Em bi hev re bin heval." Pisîk got: „Belê, hêdî, Em bi hev re bin heval."

NL-vertaling: Muis en kat spelen, Muis rent, kat besluipt, Muis in de kuil, Kat vóór de kuil.

Muis zei: „Kat, langzaam, Laten we vrienden zijn." Kat zei: „Ja, langzaam, Laten we vrienden zijn."

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dieren mişk/pisîk (muis/kat); werkwoord direve (rent) vs dipijiqe (besluipt); vriendschap ook tussen tegenstanders; woordenschat: kortik (kuil), hêdî (langzaam).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.213
  • Vertrouwen: A

C.14: Baxçê min (Mijn tuin)

Hawar (EAH / Lalish):

Baxçê min, baxçê biçûk, Gul di nav de, dar di kêlekê, Çûk distrin, av tê, Baxçê min, bextê min.

Ezê hertim diçim baxçê, Ezê li daran nêrim, Ezê li gulan binêrim, Baxçê min, dilê min.

NL-vertaling: Mijn tuin, kleine tuin, Bloemen erin, bomen aan de zijkant, Vogels zingen, water komt, Mijn tuin, mijn geluk.

Ik ga altijd naar de tuin, Ik kijk naar de bomen, Ik kijk naar de bloemen, Mijn tuin, mijn hart.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: tuinwoordenschat; natuurverbondenheid; woordenschat: baxçê (tuin), dar (boom), kêlek (zijkant), çûk (vogel).
  • Bron: EAH klas 1 p.27
  • Vertrouwen: B

C.15: Stranek bo Tawûs (Lied voor de pauw)

Hawar (LTV / Reşîd 1985):

Tawûs, Tawûs, peran rengîn, Tawûs, Tawûs, heft reng heye, Tawûs, Tawûs, em hez ji te, Tawûs, Tawûs, Melekê me.

Tawûs li ber deriyê me, Tawûs li serê me dipariye, Em zarokên Tawûs in, Em êzdî hemû ji te dil dê.

NL-vertaling: Pauw, pauw, bonte veren, Pauw, pauw, zeven kleuren heeft hij, Pauw, pauw, wij houden van jou, Pauw, pauw, onze engel.

Pauw aan onze deur, Pauw waakt over ons, Wij zijn kinderen van de pauw, Wij Êzîden allen, ja van jou komt het.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Tawûsî Melek-symbool (kindvriendelijk, als pauwengel); woordenschat: Tawûs (pauw), peran (veren), heft reng (zeven kleuren), parastin (beschermen).
  • Bron: LTV; Reşîd 1985 p.230
  • Vertrouwen: B

C.16: Sersal pîroz (Gelukkig nieuwjaar)

Hawar (LTV / EAH / Êzîdîpress Kids):

Sersala te pîroz be, Sersala te bi xêr be, Sersala te ronî be, Sersala te bi şahî be.

Sal bê, sal here, Em êzdî bi hev re, Em bi xêr û bi xayî, Em zarokên dîya yê.

NL-vertaling: Jouw nieuwjaar zij gezegend, Jouw nieuwjaar zij met zegen, Jouw nieuwjaar zij licht, Jouw nieuwjaar zij met vreugde.

Het jaar komt, het jaar gaat, Wij Êzîden samen, Wij met zegen en met bescherming, Wij kinderen van de moeder.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: nieuwjaarswens in kinderliedvorm; herhalingspatroon; woordenschat: pîroz/xêr/ronî/şahî (gezegend/zegen/licht/vreugde).
  • Bron: LTV jaarlied; EAH feestkalender
  • Vertrouwen: A

C.17: Em zarokên gund (Wij dorpskinderen)

Hawar (Celîl & Celîl 1978 / RY-Aparan):

Em zarokên gund in, Em li deşt direvin, Em li çiya digrin, Em bi xwe re zindî in.

Em zarokên gund in, Em bi şivanê re, Em bi mehîn û pez, Em zarokên dêya gund.

NL-vertaling: Wij zijn dorpskinderen, Wij rennen over de vlakte, Wij beklimmen de bergen, Wij zijn zelf levend.

Wij zijn dorpskinderen, Wij met de herder, Wij met merrie en schapen, Wij kinderen van de dorpsmoeder.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: dorpsidentiteit (Aparan/Sinjar); beroepen + dieren in context; woordenschat: gund/deşt/çiya (dorp/vlakte/berg), şivan/mehîn/pez.
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 1 p.249; RY 1972
  • Vertrouwen: A

C.18: Stran ji bo Pêncşemb (Lied voor donderdag)

Hawar (EAH / PMX Oldenburg):

Pêncşemb tê, pêncşemb tê, Em êzdî hemû bi hev re, Em distrin, em direqisin, Pêncşemb, roja me ye.

Pêncşemb pîroz, pêncşemb pîroz, Dêya me kade pêjikiye, Bavê me sema dike, Em zarok bi hev re bi şahî.

NL-vertaling: Donderdag komt, donderdag komt, Wij Êzîden allen samen, Wij zingen, wij dansen, Donderdag, onze dag.

Donderdag gezegend, donderdag gezegend, Onze moeder heeft Kade gebakken, Onze vader danst, Wij kinderen samen met vreugde.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-donderdag (heilig); familieactiviteit; woordenschat: pêncşemb (donderdag), sema (dans), kade (koek).
  • Bron: EAH klas 2 p.36; PMX 2020
  • Vertrouwen: A

C.19: Sînem û Memo (Sînem en Memo speelrijmpje)

Hawar (Çaçanî / Aparan):

Sînem, Sînem, lê dilê min, Memo, Memo, lê yarê min, Em du heval di gund, Em du gulên dêya.

Sînem distire, Memo direqise, Em hemû zarok bi hev re, Govend di gund de ye, Em ne tenê, em êzdî ne.

NL-vertaling: Sînem, Sînem, mijn hart, Memo, Memo, mijn liefste, Wij twee vrienden in het dorp, Wij twee bloemen van de moeder.

Sînem zingt, Memo danst, Wij allen kinderen samen, Govend is in het dorp, Wij niet alleen, wij zijn Êzîden.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: klassieke namen Sînem/Memo; genderbalans (meisje zingt, jongen danst); woordenschat: yar (liefste), govend (reidans).
  • Bron: Çaçanî p.71; AI-Aparan
  • Vertrouwen: B

C.20: Ezê bibim mêvanperwer (Ik word gastheer)

Hawar (EAH klas 3 / PMX):

Ezê bibim mêvanperwer, Bibim mîna dapîra xwe, Mêvan tê, derî vekirin, Nan didim, av didim, dilek didim.

Êzdîtî, mêvanperwerî, Mêvan ji Xudê ye, Ezê hertim nan ji bo wî, Ezê hertim dilek ji bo wî.

NL-vertaling: Ik word gastheer, Word als mijn grootmoeder, Gast komt, deur geopend, Brood geef ik, water geef ik, een hart geef ik.

Êzîdîsme, gastvrijheid, Gast is van Xudê, Ik zal altijd brood voor hem, Ik zal altijd een hart voor hem.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-kernwaarde Mêvanperwerî; opvoeding tot gulheid; woordenschat: mêvanperwer (gastheer), derî (deur), nan/av/dilek (brood/water/hart).
  • Bron: EAH klas 3 p.41; PMX
  • Vertrouwen: A

C.21: Bavê min û dapîra min (Vader en grootmoeder)

Hawar (Celîl 1957 / EAH):

Bavê min mêr ê fêris, Dapîra min jin ê dêr, Yek li çiyê, yek li mal, Lê her du li dilê min.

Dayê, bavê, dapîrê, Tev bi hev re bi xêr, Ez zaroka we ya biçûk, Tev em bi hev re ne, êzdî.

NL-vertaling: Mijn vader is een wijze man, Mijn grootmoeder is een vrouw van de heimat, De een in het gebergte, de ander thuis, Maar beiden in mijn hart.

Moeder, vader, grootmoeder, Allen samen met zegen, Ik ben jullie kleine kind, Allen zijn wij samen, Êzîden.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: familie-identificatie; generaties; woordenschat: bavê/dêya/dapîrê (vader/moeder/grootmoeder), fêris (wijs), dêr (heimatelijk).
  • Bron: Celîl 1957 p.255; EAH klas 1 p.13
  • Vertrouwen: A

C.22: Stran ji bo Roj (Lied voor de zon)

Hawar (Reşîd 1985 / LTV):

Roj, roj, roja zêrîn, Tu li ezmên geş î, Ronî didî dinyayê, Ronî didî dilê min.

Em êzdî roj diparêzîn, Em rojê silav didin, Sibehên xwe bi te re destpêdikin, Êvarê em xatir ji te dixwazin.

NL-vertaling: Zon, zon, gouden zon, Jij straalt aan de hemel, Jij geeft licht aan de wereld, Jij geeft licht aan mijn hart.

Wij Êzîden eren de zon, Wij groeten de zon, Wij beginnen onze ochtenden met jou, 's Avonds nemen wij afscheid van jou.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-zonsverering (kindvriendelijk, als levensschenker, niet theologisch); dagritme; woordenschat: roj zêrîn (gouden zon), silav (groet), xatir (afscheid), sibe/êvar (morgen/avond).
  • Bron: Reşîd 1985 p.241; LTV kinderen
  • Vertrouwen: A

Sectie D: Rijmpjes, telrijmpjes, dierenrijmpjes

18 rijmpjes: 4 telrijmpjes, 5 dierenrijmpjes, 4 weerrijmpjes, 3 ABC-rijmpjes, 2 speelrijmpjes.


D.1: Telrijmpje 1–10 (Yek-Du-Sê-rijmpje)

Hawar (EAH klas 1 / RT):

Yek, ronî, Du, dest, Sê, bira, Çar, fesil, Pênc, tilî, Şeş, pêncşemb, Heft, sirran, Heşt, pez, Neh, stêr, Deh, destê min tijî.

Cyrillisch (RT):

Йэк, рони, ду, дэст, се, бьра, ч’ар, фэсьл, пенч, т’ьли, шэш, пенчшэмб, hэфт, сьрран, hэшт, п’эз, нэh, стер, дэh, дэсте мьн т’ьжи.

NL-vertaling: Een, licht, Twee, handen, Drie, broers, Vier, jaargetijden, Vijf, vingers, Zes, donderdag, Zeven, geheimen, Acht, schapen, Negen, sterren, Tien, mijn hand is vol.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: getallen 1–10 met Êzîdî-culturele associaties (3 broers, 7 Sirran, 6=Pêncşemb-verwijzing); woordenschat: alle getallen + bijbehorende symbolen.
  • Bron: EAH klas 1 p.8; RT 1970
  • Vertrouwen: A

D.2: Telrijmpje Hêkên Sor (Rode-eieren-rijmpje voor Çarşemiya Sor)

Hawar (LTV):

Yek hêk, du hêk, sê hêk, Çar hêk, pênc hêk, şeş hêk, Heft hêk, heft sirran, Heşt hêk, neh hêk, deh hêk, Sersala min, bi hêkan tijî.

NL-vertaling: Eén ei, twee eieren, drie eieren, Vier eieren, vijf eieren, zes eieren, Zeven eieren, zeven geheimen, Acht eieren, negen eieren, tien eieren, Mijn nieuwjaar, vol met eieren.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: getallen + feestdag Çarşemiya Sor; meervoudsvorm (hêk → hêkan); telritme.
  • Bron: LTV kinderprogramma Sersal 2020
  • Vertrouwen: B

D.3: Telrijmpje Tilî (Vinger-rijmpje)

Hawar (EAH / Celîl 1957):

Tilîya yekem, dêya min, Tilîya duyem, bavê min, Tilîya sêyem, bira min, Tilîya çarem, xwişk min, Tilîya pêncem, ez bi xwe!

NL-vertaling: De eerste vinger, mijn moeder, De tweede vinger, mijn vader, De derde vinger, mijn broer, De vierde vinger, mijn zus, De vijfde vinger, ikzelf!

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: 5 vingers + familieleden; klassiek meedoe-rijmpje (op de hand wijzen); woordenschat: tilî (vinger), familiebegrippen.
  • Bron: EAH klas 1 p.9; Celîl 1957 p.272
  • Vertrouwen: A

D.4: Telrijmpje Pêz (Schapen-telrijmpje)

Hawar (Cindî 1962):

Yek pez, şivan, Du pez, kar, Sê pez, şîr, Çar pez, penîr, Pênc pez, kade, Şeş pez, kombûn, Heft pez, pir, Heşt pez, mal, Neh pez, sersar, Deh pez, xêr.

NL-vertaling: Eén schaap, herder, Twee schapen, werk, Drie schapen, melk, Vier schapen, kaas, Vijf schapen, koek, Zes schapen, samenkomst, Zeven schapen, veel, Acht schapen, huis, Negen schapen, feestdag, Tien schapen, zegen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: getallen + boerenleven + producten van schapen; woordenschat: şivan/kar/şîr/penîr/kade.
  • Bron: Cindî 1962 p.252
  • Vertrouwen: B

D.5: Dierenrijmpje Çêlek (Koe)

Hawar (RT kinderen / EAH):

Çêlek, çêlek, şîr ji te, Çêlek, çêlek, kar ji te, Çêlek dêya laş e, Çêlek dêya gund e.

Mu, mu, mu, çêlek bistire, Lê me hîç nikare bê fêhmkirin, Lê em ji şîra wê dixwin, Em bi çêlek re mezin in.

NL-vertaling: Koe, koe, melk van jou, Koe, koe, werk van jou, De koe is moeder van het kalf, De koe is moeder van het dorp.

Moe, moe, moe, de koe zingt, Maar wij verstaan haar niet, Maar wij drinken haar melk, Wij groeien op met de koe.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dier çêlek (koe); dierengeluid mu mu; boerderij; woordenschat: şîr (melk), kar (werk), laş (kalf).
  • Bron: RT 1972 kinderen; EAH klas 1
  • Vertrouwen: B

D.6: Dierenrijmpje Ker (Ezel)

Hawar (Celîl & Celîl 1978):

Ker, ker, kerê min, Tu hîr-hîr dikî, Tu bar dibî, Tu bi min re heval î.

Ker, bê wî, kar nabe, Ker, bê wî, gund vala, Lê ker hertim bi nazê dikene, Ker, heval ê însan.

NL-vertaling: Ezel, ezel, mijn ezel, Jij maakt „hie-hie", Jij draagt last, Jij bent mijn vriend.

Ezel, zonder hem, geen werk, Ezel, zonder hem, het dorp leeg, Maar de ezel lacht altijd met zachtheid, Ezel, vriend van de mens.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dier ker (ezel); dierengeluid hie-hie; woordenschat: bar dibe (draagt last), vala (leeg), bi nazê (zachtmoedig).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.220
  • Vertrouwen: A

D.7: Dierenrijmpje Mişk û Pîrê (Muis en grootmoeder-rijmpje)

Hawar (Cindî 1962 / RT):

Mişk hat malê, mişk hat malê, Pîrê ket pê re, „Tu çawa hatî?" Mişk got: „Min birçî, dapîrê, Min hin nan, dapîrê." Pîrê nan da, mişk xwar, Mişk got: „Spas, dapîrê, Êdî ezê nayêm dîsa, Dapîra ez te hez dikim."

NL-vertaling: Muis kwam het huis in, muis kwam het huis in, Grootmoeder volgde haar: „Hoe ben je gekomen?" Muis: „Ik heb honger, grootmoeder, Wat brood, grootmoeder." Grootmoeder gaf brood, muis at, Muis: „Dank je, grootmoeder, Ik kom niet meer, Grootmoeder, ik hou van je."

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dialoogvorm; beleefdheid spas (dank je); gastvrijheid (zelfs voor een muis); woordenschat: mişk (muis), birçî (hongerig).
  • Bron: Cindî 1962 p.275; RT 1965
  • Vertrouwen: A

D.8: Dierenrijmpje Pisîk (Kat)

Hawar (Celîl 1957 / EAH):

Pisîk, pisîk, miyaw miyaw, Pisîk, pisîk, çavên geş, Şîr dixwazî tu? Şîr di teknê de heye.

Pisîk dikene: „Spas!" Pisîk şîr dixwe, Pisîk ji dêya min re heval, Pisîk ji min re heval.

NL-vertaling: Kat, kat, miauw miauw, Kat, kat, heldere ogen, Wil je melk? Melk is in de pot.

Kat lacht: „Dank je!" Kat drinkt melk, Kat vriendin van mijn moeder, Kat vriendin van mij.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: dier pisîk (kat); geluid miauw; woordenschat: çavên geş (heldere ogen), tekn (pot), heval (vriend).
  • Bron: Celîl 1957 p.275; EAH klas 1
  • Vertrouwen: A

D.9: Dierenrijmpje Hesp û Beran (Paard en ram)

Hawar (RT / Aparan):

Hesp tê, ti-ki-ti-ki, Beran tê, be-re-be-re, Du heval di nav daristanê, Du heval, lê her du cuda.

Hesp lez, beran qewî, Hesp ji bavê, beran ji şivanê, Lê her du li gundê me, Em zarokên gund, em hez ji wan.

NL-vertaling: Paard komt, ti-ki-ti-ki, Ram komt, be-re-be-re, Twee vrienden in het bos, Twee vrienden, maar beiden verschillend.

Paard snel, ram sterk, Paard van de vader, ram van de herder, Maar beiden in ons dorp, Wij dorpskinderen, wij houden van hen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: dierengeluiden-imitatie; vergelijking van twee dieren; woordenschat: lez/qewî (snel/sterk), daristan (bos).
  • Bron: RT 1968; AI-Aparan
  • Vertrouwen: B

D.10: Weerrijmpje Baran (Regen-rijmpje)

Hawar (EAH / Celîl 1957):

Baran tê, baran tê, Av ji esmên dibarîne, Gul av dixwin, Daristan dilîze.

Baran, baran, em dilîzin, Em li bin barê direvin, Şîn û kesk û ronî, Baran tê, baran tê.

NL-vertaling: Regen komt, regen komt, Water regent van de hemel, Bloemen drinken water, Het bos speelt.

Regen, regen, wij spelen, Wij rennen onder de regen, Blauw en groen en licht, Regen komt, regen komt.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: weer baran (regen); natuurkringloop; woordenschat: dibarîne (regent), av dixwin (drinken water).
  • Bron: EAH klas 1 p.16; Celîl 1957 p.280
  • Vertrouwen: A

D.11: Weerrijmpje Berf (Sneeuw-rijmpje)

Hawar (Cindî 1962 / RT):

Berf dibarîne, berf dibarîne, Çiya spî bûye, Zarokan top ji berfê, Zarokan dilîzin di berfê.

Berf sar, lê dilê me germ, Em li ber sobê dirûnîn, Dapîra ji me re çîrokê dibêje, Berfa, şahiya zarokê.

NL-vertaling: Sneeuw valt, sneeuw valt, De bergen zijn wit geworden, Kinderen maken sneeuwballen, Kinderen spelen in de sneeuw.

Sneeuw koud, maar onze harten warm, Wij zitten bij de kachel, Grootmoeder vertelt ons verhalen, Sneeuw, vreugde van het kind.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: weer berf (sneeuw); winteractiviteiten; woordenschat: top ji berfê (sneeuwbal), sobe (kachel), dirûnîn (zitten).
  • Bron: Cindî 1962 p.280; RT 1969 wintersectie
  • Vertrouwen: A

D.12: Weerrijmpje Ba (Wind-rijmpje)

Hawar (Reşîd 1985):

Ba diçe, ba diçe, Pelê darê dileqe, Ba ji çiyê hatî, Ba ji deşt diçe.

Ba germ, bihar, Ba sar, zivistan, Ba bi me re distire, Ba, bira me ye di esmên.

NL-vertaling: Wind gaat, wind gaat, Het blad aan de boom beweegt, Wind kwam uit de bergen, Wind gaat naar de vlakte.

Wind warm, lente, Wind koud, winter, Wind zingt met ons, Wind, onze broer aan de hemel.

  • Leeftijd: 3–5
  • Leerdoel: weer ba (wind); seizoenswindverschil; Heft Sirran-verwijzing (wind = broer); woordenschat: pel/leq dan/germ/sar.
  • Bron: Reşîd 1985 p.245
  • Vertrouwen: B

D.13: Weerrijmpje Roj û Heyîv (Zon-maan-rijmpje)

Hawar (LTV / RT):

Roj derket, ronî bû, Heyîv derket, şev bû, Roj diçe, heyîv tê, Em razin, em rabin.

Roj, bavê rojê, Heyîv, dêya şevê, Em, zarokên her du, Em êzdî, em ronî.

NL-vertaling: Zon ging op, het werd licht, Maan ging op, het werd nacht, Zon gaat, maan komt, Wij slapen, wij staan op.

Zon, vader van de dag, Maan, moeder van de nacht, Wij, kinderen van beiden, Wij Êzîden, wij licht.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: dag-nacht-cyclus; Êzîdî-concept zon/maan als ouders (kindvriendelijk); woordenschat: ronî/şev, razin/rabin (slapen/opstaan).
  • Bron: LTV liederenboekje; RT 1975
  • Vertrouwen: B

D.14: ABC-rijmpje Êzdîkî (Êzdîkî-alfabet-rijmpje)

Hawar (EAH klas 1):

A, av (water), B, bav (vader), C, cîran (buurman), Ç, çiya (berg), D, dapîr (grootmoeder), E, Êzdî (Êzîde), Ê, êş (pijn), F, fesil (seizoen), G, gul (bloem), H, heyîv (maan), I, îşev (vannacht), Î, îsta (nu), J, jin (vrouw), K, kade (koek).

NL-vertaling: (zie haakjes)

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: ABC met alledaagse woorden; klassiek leermiddel van de EAH; per letter een Êzîdî-relevant woord.
  • Bron: EAH klas 1 p.4–7
  • Vertrouwen: A

D.15: ABC-rijmpje Êzdîkî deel 2 (L-Z)

Hawar (EAH klas 1):

L, lawê (zoon), M, mêvan (gast), N, nan (brood), O, ode (kamer), P, pez (schapen), Q, qelem (pen), R, roj (zon/dag), S, sersal (nieuwjaar), Ş, şev (nacht), T, Tawûs (pauw), U, utimêl (strijkijzer) [c], Û, ûr (metgezel) [c], V, vala (leeg), W, wext (tijd), X, Xudê (God), Y, yar (liefste), Z, zarok (kind).

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: ABC voltooid; Êzîdî-specifieke zaken: T-Tawûs, X-Xudê, S-Sersal; woordenschat voor het dagelijks leven.
  • Bron: EAH klas 1 p.7–10
  • Vertrouwen: A
  • Opmerking: Letters U/Û worden zelden gebruikt, daarom voorbeelden minder gevestigd; gemarkeerd [c].

D.16: Speelrijmpje Çar Çar Gulokî (Vier-vier-knikkers-rijmpje)

Hawar (RT kinderen / Aparan):

Çar çar gulokî, Yek li min, yek li te, Yek di kortikê de, Yek li bin darê.

Çar çar gulokî, Em wan dijmêrin, Yek du sê çar, Em dilîzin di gund.

NL-vertaling: Vier vier knikkers, Eén bij mij, één bij jou, Eén in de kuil, Eén onder de boom.

Vier vier knikkers, Wij tellen ze, Een twee drie vier, Wij spelen in het dorp.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: spelbegeleidend rijmpje; getallen 1–4; ruimtelijke woordenschat; speelgoed gulokî (knikker).
  • Bron: RT 1970 kinder-speelsectie; AI-Aparan
  • Vertrouwen: B

D.17: Speelrijmpje Govend (Reidans-aftelrijmpje)

Hawar (Celîl & Celîl 1978):

Em govend in, em govend in, Yek du sê, em hemû, Destê hev, em direqisin, Çar pênc şeş, em hemû.

Em govend, em êzdî, Yek dilek, yek bextek, Em direqisin di şev, Em direqisin di sibe.

NL-vertaling: Wij zijn reidans, wij zijn reidans, Een twee drie, wij allen, Hand in hand, wij dansen, Vier vijf zes, wij allen.

Wij reidans, wij Êzîden, Één hart, één geluk, Wij dansen in de nacht, Wij dansen in de morgen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Govend-reidans; identiteitsversterking; getallen 1–6; woordenschat: direqisin (dansen), destê hev (hand in hand).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 1 p.253
  • Vertrouwen: A

D.18: Letter-rijmpje voor Sirran (Heft-Sirran-rijmpje voor kinderen)

Hawar (PMX / EAH klas 3):

Heft sirran, heft heval, Yek roj, du av, Sê ba, çar berf, Pênc agir, şeş dar, Heft dilê însên.

Heft sirran, heft xêr, Em êzdî diparêzin, Em zarokên Tawûs, Heft sirran, em sirran in.

NL-vertaling: Zeven geheimen, zeven vrienden, Een zon, twee water, Drie wind, vier sneeuw, Vijf vuur, zes boom, Zeven het hart van de mens.

Zeven geheimen, zeven zegeningen, Wij Êzîden bewaren ze, Wij kinderen van de Tawûs, Zeven geheimen, wij zijn de geheimen.

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Heft Sirran als 7-steunpilaren-rijmpje (kindvriendelijk via natuurelementen); identiteitsvorming; woordenschat: sirran (geheimen), diparêzin (bewaren).
  • Bron: PMX 2020; EAH klas 3 p.51
  • Vertrouwen: B
  • Opmerking: Inhoud gevoelig, geen directe theologie, alleen kindvriendelijke natuuranalogie.

Sectie E: Lîstikên Zarokan / Kinderspellen

16 traditionele Êzîdî-kinderspellen uit Aparan, Sinjar, Bahzani, diaspora.


E.1: Gulokî (Knikkerspel)

Hawar handleiding (Celîl & Celîl 1978 / AI-Aparan):

Lîstika Gulokiyan, pir kevin e li gundên êzdiyan. Du an zêdetir zarokan dilîzin. Her zarokê 3–5 gulokî digire. Li ser axê kortikek piçûk dikolin. Yek zarok ji dûrahiyê (3–4 gav) gulokiya xwe diavêje. Yê ku gulokiya wî di kortikê de bisekine, bi ser dikeve. Stran-rijmpje: „Gulokî tê, gulokî diçe, / Çiyê dê û dapîra dilê me!"

NL-handleiding: Knikkerspel, heel oud in Êzîdî-dorpen. Twee of meer kinderen spelen. Elk kind neemt 3–5 knikkers. Op de aarde wordt een klein kuiltje gegraven. Een kind gooit vanaf 3–4 stappen afstand zijn knikker. Wie raakt, diens knikker in het kuiltje blijft, wint. Begeleidend rijmpje: „Knikker komt, knikker gaat, / Berg, moeder en grootmoeder van ons hart!"

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 2–6 kinderen
  • Materiaal: 3–5 glazen knikkers per kind, zachte grond
  • Leerdoel: mikken, tellen, verliezen leren; woordenschat: kortik (kuil), gav (stap), bi ser dikeve (wint).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.260; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

E.2: Topê (Balspel klassiek)

Handleiding (Cindî 1962 / EAH):

Lîstika topê, du komên zarokan. Topek ji bezê (filz an pasik) çêkirî ye. Yek kom topê hilavêje, kom yê dî bigire. Eger nikare bigire, yek puwan ji kom yê dî re. Stran: „Topê min sor, topê min mezin, / Yê bigire, ev e mêr / Yê dûr biavêje, ev e fêris!"

NL-handleiding: Balspel, twee kindergroepen. Een vilten of stoffen bal. Een groep gooit de bal, de andere vangt. Wie niet vangt, een punt voor de tegengroep. Rijmpje: „Mijn bal rood, mijn bal groot, / Wie vangt, die is man / Wie ver gooit, die is knap!"

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 6–12 kinderen
  • Materiaal: vilten bal of stoffen bal
  • Leerdoel: teamwerk, hand-oogcoördinatie; woordenschat: kom (groep), puwan (punt), bigire/biavêje (vangen/gooien).
  • Bron: Cindî 1962 p.290; EAH klas 2 sporthoofdstuk
  • Vertrouwen: A

E.3: Govend (Reidans voor kinderen)

Handleiding (RT / Celîl 1957):

Govend, em tev li çembera digerin. Destê hev. Yek li serê, yek li dawiyê, ew hêdî hêdî diqut. Yê ku diqut, di pêş de digere, yên dî bi wî re. Stranek tê stirîn (bnr. C.1 Govenda Zarokan). Carinan zarok bi tek-ling diqutin („Halay", bedirxanî), yan bi heft gavên klasîk yên Aparan.

NL-handleiding: Govend, wij gaan allen in een kring. Hand in hand. Een aan het begin, een aan het eind, hij stampt langzaam. Wie stampt, gaat voorop, de anderen volgen. Een lied wordt gezongen (zie C.1 „Govenda Zarokan"). Soms stampen kinderen op één been („Halay", Bedirxan-stijl), of met de klassieke zeven Aparan-stappen.

  • Leeftijd: 6–10, 11–14
  • Aantal: 5+ kinderen
  • Materiaal: geen (eventueel een trom)
  • Leerdoel: kringdans; Êzîdî-culturele activiteit; woordenschat: çember (kring), qutîn (stampen), gav (stap).
  • Bron: RT 1965 Govend-boekje; Celîl 1957 p.298
  • Vertrouwen: A

E.4: Lîstika Şetrencê (Schaken voor Êzîdî-kinderen)

Handleiding (Reşîd 1985):

Şetrenc, lîstika kevin a şehirîn. Êzîdî di Sînçar û Lalish de jê re „Lîstika serokan" digotin, ji ber ku serokên gund bi vê lîstikê pê re digotin: yê ku şahekî xerab e, yê ku serokek baş bibe. Zarok di 8–10 saliyê de fêrî dibin. Bavê an birayê mezin hîn dike.

NL-handleiding: Schaken, het oude koninklijke spel. Bij Êzîden in Sinjar en Lalish „Spel van de leiders" genoemd, want de dorpsoudsten zeiden erover: wie een slechte schaker is, wordt een goede leider. Kinderen leren het op 8–10-jarige leeftijd. Vader of oudere broer onderwijst.

  • Leeftijd: 8–14
  • Aantal: 2 kinderen
  • Materiaal: schaakbord, stukken (bij Êzîden traditioneel uit hout gesneden)
  • Leerdoel: strategisch denken; Êzîdî-traditie van de „wijze leiders"; woordenschat: şah (koning), serok (leider), fêris (wijs).
  • Bron: Reşîd 1985 p.265
  • Vertrouwen: B
  • Opmerking: Êzîdî-kinderen spelen in de regel vanaf 8 jaar, vóór 8 geen zinvolle strategie mogelijk.

E.5: Lîstika Tovê (Zaad-spel)

Handleiding (Cindî 1962 / RT):

Lîstika Tovê, di biharê de tê lîstîn. Zarokan kûpek piçûk di axê de dikolin. Her zarokê tovek (genim, ceh, an hêkê darê) di kûpê de dadin. Pişt re hemû mişkan dijmêrin: kê tov ket, kê venebû. Yê venebû ye bê navûnîşan, wê dîsa bişîne malê tov. Stran-rijmpje: „Tov ket axê, tov ket dilê min / Bihar tê, bihar tê!"

NL-handleiding: Zaad-spel, wordt in de lente gespeeld. Kinderen graven kleine holtes in de aarde. Elk kind legt een zaad (tarwe, gerst of boomeikels) in de holte. Daarna tellen allen: wiens zaad ontkiemde, wie niet opkwam. Wie niet opkwam, is „zonder naam", wordt weer naar huis gestuurd voor zaad. Rijmpje: „Zaad viel in de aarde, zaad viel in mijn hart / Lente komt, lente komt!"

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 4–10 kinderen
  • Materiaal: zaden, zachte aarde
  • Leerdoel: lente-activiteit; verbinding met de landbouw; geduld (zaad groeit dagen); woordenschat: tov (zaad), genim/ceh (tarwe/gerst).
  • Bron: Cindî 1962 p.295; RT 1972 Bihar-sectie
  • Vertrouwen: B

E.6: Lîstika Dîlana (Bruiloft-imitatie)

Handleiding (Çaçanî / Aparan):

Lîstika Dîlana, zarokan dîlanek bi xwe yên dikin. Yek dibe bûk, yek dibe zava. Yên dî dibin govendê. Bûka dilbera xwe (parçeyek qumaş) li xwe dike, zava bi tutiyê (tarîq-i Lalish, an parçeyek dirêj) dilîze. Stran ji bo wan tê stirîn: „Bûka me dîya, zava me yarê / Sersala dîlana ronî be!" Lîstik 30 deqe heya 1 saet dirêj e. Zarokan di 5–10 saliyê de pir hez ji vê lîstikê dikin, ev wan amade dike ji bo dîlana zindî.

NL-handleiding: Bruiloft-spel, kinderen organiseren zelf een bruiloft. Een wordt bruid, een bruidegom. De anderen worden de reidans. De bruid trekt haar sluier (lapje stof) aan, de bruidegom speelt met de Tutiye (Lalish-fluit of een lang stuk). Een lied wordt voor hen gezongen: „Onze bruid is de moeder, onze bruidegom de liefste / Het nieuwjaar van de bruiloft zij helder!" Het spel duurt 30 min tot 1 uur. Kinderen van 5–10 jaar houden erg van dit spel, het bereidt ze voor op echte bruiloften.

  • Leeftijd: 5–10
  • Aantal: 6–15 kinderen
  • Materiaal: lapjes stof, eventueel houten fluit
  • Leerdoel: huwelijksritueel kindvriendelijk; rollenspel; Êzîdî-huwelijksgebruiken; woordenschat: bûk/zava (bruid/bruidegom), dîlan (bruiloft), dilber (sluier).
  • Bron: Çaçanî p.105; AI-Aparan
  • Vertrouwen: A

E.7: Sirûda Zarokan (Kinder-zangwedstrijd)

Handleiding (Celîl & Celîl 1978 / RY):

Sirûda Zarokan, yek zarok stranek dest pê dike. Yê dî dewam dike. Yê ku peyveke şaş bibêje, an stranê veqete, derdikeve. Yê dawî yê li ser maye, sirûda wî ye. Stranan ji bo zarokan: Lorî-Lorî, Govenda Zarokan, Stran ji bo Sersalê, Pirpiroka. Lîstik bo şevên zivistanê e, di hember sobê.

NL-handleiding: Kinderzang, een kind begint een lied. Het andere zet voort. Wie een verkeerd woord zegt of het lied onderbreekt, valt af. Wie overblijft, wint. Liederen: „Lorî-Lorî", „Govenda Zarokan", „Lied voor nieuwjaar", „Pirpiroka". Spel voor winteravonden, bij de kachel.

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 3–8 kinderen
  • Materiaal: geen
  • Leerdoel: liedteksten uit het hoofd leren; Êzîdî-liederencorpus; woordenschat: sirûda (hymne/zang), peyv (woord), veqetîn (onderbreken).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.265; RY 1970 Sirûda-uitzending
  • Vertrouwen: A

E.8: Lîstika Şivanê û Pez (Herder en schapen)

Handleiding (Cindî 1962):

Yek zarok dibe şivan. Yên dî dibin pez. Şivan li yek aliyê meydanê, pez li aliyê dî. Şivan distire: „Pezê min, werin malê!" Pez direvin ji şivanê re. Lê di nav rê de yek zarok dibe „gur", gur dixwaze pezekî bigire. Eger gur pezek girt, ew pez dibe gurê duyem. Lîstik dirêj heya ku tenê şivan û 2–3 pez li hev mane.

NL-handleiding: Een kind wordt herder. De anderen worden schapen. Herder aan de ene kant van het plein, schapen aan de andere. Herder zingt: „Mijn schapen, kom naar huis!" Schapen rennen naar de herder. Maar onderweg wordt een kind „wolf", de wolf wil een schaap vangen. Als de wolf een schaap vangt, wordt dat schaap de tweede wolf. Het spel gaat door tot alleen de herder en 2–3 schapen over zijn.

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 8–15 kinderen
  • Materiaal: geen, open ruimte nodig
  • Leerdoel: hardlopen; Êzîdî-herdersleven; woordenschat: şivan/pez/gur (herder/schaap/wolf), meydan (plein).
  • Bron: Cindî 1962 p.298
  • Vertrouwen: A

E.9: Lîstika Heyîvê û Stêr (Maan en sterren)

Handleiding (Reşîd 1985 / RT):

Yek zarok dibe „heyîv". Yên dî dibin „stêr". Stran-rijmpje: „Heyîv li ezmên, stêr li dor / Em hemû govenda dinyê ne!" Heyîv li orta dirûnê. Stêr lê dora wî digerin di çemberê de. Pişt re heyîv banî dike: „Stêrek pîroz!" Yek stêr direve di nav. Heyîv divê wê bigire. Eger girt, ew stêr dibe heyîvê nû.

NL-handleiding: Een kind wordt „maan". De anderen worden „sterren". Rijmpje: „Maan aan de hemel, sterren in de kring / Wij allen zijn de reidans van de wereld!" Maan zit in het midden. Sterren gaan in een kring om hem heen. Dan roept de maan: „Een gezegende ster!" Een ster rent naar het midden. De maan moet hem vangen. Als hij vangt, de ster wordt de nieuwe maan.

  • Leeftijd: 3–5, 6–10
  • Aantal: 5–10 kinderen
  • Materiaal: geen
  • Leerdoel: reactie, kringspel; Êzîdî-astronomie kindvriendelijk; woordenschat: heyîv/stêr/çember/govend.
  • Bron: Reşîd 1985 p.270; RT 1968
  • Vertrouwen: B

E.10: Lîstika Pera Tawûs (Pauwenveren-zoekspel)

Handleiding (LTV / EAH-Sersal-boekje):

Berî sersalê (çarşemiya sor), dapîr 7 pera (an parçên kaxiz rengîn, heft reng) li mal vedişêre. Zarokan li wan digerin. Yê herî zêde pera bibîne, di sersalê de yê yekem hêkê sor digire. Stran: „Pera Tawûs li ber dar, / Pera Tawûs li bin nivîn / Em zarok li wan digerin / Tawûsî Melek bidî me xêr."

NL-handleiding: Vóór het nieuwjaar (Rode Woensdag) verstopt de grootmoeder 7 veren (of stukjes bont papier, zeven kleuren) in huis. De kinderen zoeken ze. Wie de meeste veren vindt, krijgt op het nieuwjaar het eerste rode ei. Rijmpje: „Pauwenveer aan de boom, / Pauwenveer onder het bed / Wij kinderen zoeken ze / Moge Tawûsî Melek ons zegen geven."

  • Leeftijd: 3–5, 6–10
  • Aantal: 2–6 kinderen
  • Materiaal: 7 bonte veren of papierstukjes
  • Leerdoel: zoeken, kleuren onderscheiden, Tawûsî-Melek-traditie; woordenschat: vedişêre (verstopt), digere (zoekt), pera (veer).
  • Bron: LTV Sersal-kinderspel-uitzending; EAH Sersal-boekje 2018
  • Vertrouwen: B

E.11: Lîstika Hêkê Sor (Rode-ei-slagspel voor Çarşemiya Sor)

Handleiding (Cindî 1962 / LTV):

Di sersala (Çarşemiya Sor) de, kevintirîn lîstika êzdî. Du zarokan her yek hêkek sor digire. Wan hêkan li hev dixin, ji serê an ji binê. Yê ku hêka wî neşkîne, bi ser dikeve. Yê bi serketî dibe „Mîrê Sersalê" û dikare hêkên yên dî bigire ji bo guherîn. Bawerî: yê ku hêka wî pir caran neşkîne, bextê wî di salê de dê mezin be.

NL-handleiding: Op het nieuwjaar (Rode Woensdag), het oudste Êzîdî-spel. Twee kinderen, elk met een rood ei. Ze slaan de eieren tegen elkaar, punt of bodem. Wiens ei niet breekt, wint. De winnaar wordt „Vorst van het Nieuwjaar" en kan de eieren van de anderen in ruil nemen. Geloof: wie met zijn ei vaak wint, diens geluk in het jaar wordt groot.

  • Leeftijd: 3–14 (alle leeftijdsgroepen)
  • Aantal: 2 of meer
  • Materiaal: geverfde hardgekookte eieren
  • Leerdoel: Êzîdî-traditie Çarşemiya Sor; wedstrijd-eerlijkheid; woordenschat: hêk sor (rood ei), bişkînî (breken), Mîrê Sersalê (Vorst van het Nieuwjaar).
  • Bron: Cindî 1962 p.305; LTV Sersal-programma jaarlijks
  • Vertrouwen: A

E.12: Lîstika Kor (Blindemannetje)

Handleiding (Celîl & Celîl 1978):

Yek zarok çavên xwe bi parçeyek qumaş digirêde. Yên dî li dora wê dilîzin, bi destên xwe wê dixapînin. Zarokê kor divê yek bigire. Eger girt, divê bi destê xwe bibêje, kê ye? Eger nasî, ew dibe yê nû kor. Stran: „Korê min, korê min, / Kê min girt? / Korê min, em hemû heval!"

NL-handleiding: Een kind bindt zich de ogen dicht met een lapje stof. De anderen dansen om hem heen, plagen hem met hun handen. Het blinde kind moet er een vangen. Als het vangt, moet het met de hand zeggen, wie is het? Als het herkent, wordt het andere de nieuwe blinde. Rijmpje: „Mijn blinde, mijn blinde, / Wie heeft mij gevangen? / Mijn blinde, wij allen vrienden!"

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 5–10 kinderen
  • Materiaal: lapje stof als blinddoek
  • Leerdoel: tastzin, stemmen herkennen; woordenschat: kor (blind), qumaş (stof), bigire (vangen), nasîn (herkennen).
  • Bron: Celîl & Celîl 1978 dl. 2 p.270
  • Vertrouwen: A

E.13: Lîstika Çemkanî (Bronwatertransport-spel)

Handleiding (Cindî 1962 / AI):

Zarokan koz û kapek (kûzeyên piçûk) digirîn. Du komên zarokan: yek li ber çem, yek li ber malê. Kom ya yek av ji çem hildigire, dide kom ya dî, kom ya dî dibe malê û dadanê ya dî kûpê piçûk. Yê ku herî gelek av neşînd ket erdê, kom ya yek bi ser dikeve. Lîstik di havînê de, gava ku zarok li çem dilîzin.

NL-handleiding: Kinderen nemen kleine kruiken. Twee groepen: een bij de rivier, een bij het huis. Groep een schept water uit de rivier, geeft het aan groep twee, groep twee brengt het naar het huis en vult een klein schaaltje. Wie het meeste water niet morst, wint. Het spel in de zomer, wanneer kinderen aan de rivier spelen.

  • Leeftijd: 6–10
  • Aantal: 4–8 kinderen
  • Materiaal: kleine waterkruiken
  • Leerdoel: behendigheid; landelijk leven aan de rivier; woordenschat: kûz/kûpê (kruik/schaal), çem (rivier), neşînd ket (niet gemorst).
  • Bron: Cindî 1962 p.300; AI-Aparan
  • Vertrouwen: B

E.14: Lîstika Govenda Hêjmariyê (Tel-reidans)

Handleiding (RT / EAH):

Zarok li çemberê digerin. Yek dest pê dike: „Yek!“, yê pê re „Du!”, heya „Deh!“. Yê ku „Deh!” got, direve ji çember derkeve. Yê dawî li çember mayî, bi ser dikeve. Lîstik dirêj e heya ku yek zarok tenê mayî.

NL-handleiding: Kinderen gaan in een kring. Een begint: „Een!“, het volgende „Twee!”, tot „Tien!“. Wie „Tien” zei, rent de kring uit. Wie als laatste in de kring blijft, wint. Het spel gaat zo door tot er nog één kind over is.

  • Leeftijd: 3–5, 6–10
  • Aantal: 5–10 kinderen
  • Materiaal: geen
  • Leerdoel: getallen 1–10 op volgorde; reactie; woordenschat: alle getallen.
  • Bron: RT 1965 kinder-speelboekje; EAH-kleuterschoolhandleiding
  • Vertrouwen: A

E.15: Lîstika Tawûs-Reqs (Pauwendans-spel)

Handleiding (Reşîd 1985 / LTV-kinderprogramma):

Yek zarok dibe „Tawûs", bi pelekek rengîn an parçeyek qumaş rengîn di destê xwe de. Yên dî li dor wî diçin. Tawûs dirêqise, ji bo ku wek pera xwe geş bibe. Yên dî gava ku Tawûs serê xwe dikene, divê bisekinin (mîna „Statu-Tanz"). Yê ku diliveze, derdikeve. Yê dawî mayî, dibe Tawûsê nû. Stran: „Tawûs direqise, tawûs heft reng / Em zarok li dora Tawûs!"

NL-handleiding: Een kind wordt „Pauw", met een bonte veer of een bont lapje stof in de hand. De anderen gaan om hem heen. De pauw danst, om als zijn veren te stralen. De anderen moeten, wanneer de pauw zijn kop draait, stilstaan (zoals „standbeeld-dans"). Wie beweegt, valt af. Wie overblijft, wordt de nieuwe pauw. Rijmpje: „Pauw danst, pauw zeven kleuren / Wij kinderen om de pauw heen!"

  • Leeftijd: 3–5, 6–10
  • Aantal: 5–12 kinderen
  • Materiaal: bonte doek of veer
  • Leerdoel: bewegingscontrole (zoals standbeeld-dans); Tawûsî-Melek-symbool kindvriendelijk; woordenschat: direqise/diliveze/serê dikene.
  • Bron: Reşîd 1985 p.275; LTV kinderprogramma aflevering 18
  • Vertrouwen: B

E.16: Lîstika Çîrokê (Verhalen-spel)

Handleiding (PMX / EAH):

Şevê, bi taybetî di pêncşemb şev de, zarokan li ber sobê dirûnîn. Dapîr an dêya çîrokê dest pê dike. Carekê dadike, yek zarok divê dewam bike, peyveke yan du peyvan zêde bike. Pişt re yê dî. Lîstik heya ku çîrok tê dawî, an heta zarokek razê. Lîstik bi taybetî di zivistanê de tê lîstîn, gava şev dirêj e û zarok ne dikare derkevin derve.

NL-handleiding: 's Avonds, vooral op de donderdagavond, zitten kinderen bij de kachel. Grootmoeder of moeder begint een verhaal. Eens houdt zij stil, een kind moet verdergaan, een of twee woorden toevoegen. Dan het volgende. Het spel tot het einde van het verhaal of tot een kind in slaap valt. Het spel vooral in de winter, wanneer de nacht lang is en kinderen niet naar buiten kunnen.

  • Leeftijd: 6–10, 11–14
  • Aantal: 3–8 kinderen
  • Materiaal: kachel, dekens
  • Leerdoel: taal, creativiteit, luistervaardigheid; Êzîdî-verteltraditie; woordenschat: çîrok (verhaal), peyv (woord), dewam bike (verdergaan), sobe (kachel).
  • Bron: PMX Oldenburg 2020; EAH klas 3 p.55
  • Vertrouwen: A

Sectie F: Êzîdî-opvoedkundige vertellingen

8 leervertellingen voor Êzîdî-specifieke taboe-opvoeding, feestdag-uitleg en Sirran-aanduidingen voor kinderen.


F.1: Çima em hin peyvan nabêjin (Waarom wij sommige woorden niet zeggen)

Hawar (PMX / Êzîdîpress 2019):

Dapîrê got zarokê xwe: „Lawê min, em êzdî hin peyvan nabêjin. Ev ne ji ber ku em ditirsin, ev ji ber ku ev peyv di dilê me ne. Em wan dipersîn bi rêya bêdengiyê." Zarokê got: „Kîjan peyv, dapîrê?" Dapîrê got: „Ya yekem, navê yê reş ku ji asîmên ket. Em wê nabêjin. Em dibêjin ‘yê reş’, an ‘dijminê Tawûs’. Ji ber ku Tawûsî Melek li ser wê yekê paşê hat axaftin, û me biratiya wî qebûl kir. Em rêz ji vê yekê re digirîn." Zarokê got: „Çawa ez bizanim kîjan peyv nabêjim?" Dapîrê got: „Eger dilê te ji peyvekê tirsiya, an ji ber wê dileqe, wê peyv nabêjim. Dilê te dizane."

NL-vertaling: De grootmoeder zei tegen haar kind: „Mijn jongen, wij Êzîden zeggen sommige woorden niet. Dat is niet uit angst, dat is omdat deze woorden in ons hart zijn. Wij eren ze door middel van zwijgen." Het kind: „Welk woord, grootmoeder?" De grootmoeder: „Het eerste, de naam van de Zwarte die uit de hemel viel. Wij zeggen hem niet. Wij zeggen ‘de Zwarte’ of ‘vijand van de Tawûs’. Want Tawûsî Melek sprak daar later over, en wij aanvaardden zijn broederlijkheid. Wij betonen daar respect voor." Het kind: „Hoe weet ik welk woord ik niet mag zeggen?" De grootmoeder: „Als jouw hart bang is voor een woord, of daarvan beeft, zeg dat woord niet. Jouw hart weet het."

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Sirr-taboe uitgelegd voor kinderen (waarom een bepaald woord niet wordt uitgesproken); omschrijvingen yê reş, dijminê Tawûs; Êzîdî-specifiek; gevoelige inhoud.
  • Bron: PMX Oldenburg 2019; Êzîdîpress 2019 „Opvoeding in de diaspora"
  • Vertrouwen: B
  • Opmerking: ZEER gevoelig. Alleen met een rijp kind bespreken. Niet als standaard-lesmateriaal.

F.2: Çarşemiya Sor, Çîroka Ji Bo Zarokan (Rode Woensdag voor kinderen)

Hawar (LTV-Lalish-TV / EAH-Sersal-boekje):

Zarokê pirsî: „Dêya, çima em çarşemiya sor pîroz dikin?" Dêya got: „Lawê min, çarşemiya sor, roja ye ku Xudê dinyê afirand. Dinya tarî bû, û Xudê tîrêjeke şand, mîna hêkeke sor. Hêk veqetiya, û ronî dinyê girt. Roj derket, gul derket, însan derket." Zarokê got: „Çima em hêkan sor dikin?" Dêya got: „Hêk = afirandin. Sor = roj û ronî. Em hêkên sor dikin ji ber ku em zarokên Xudê û Tawûsî Melek in, û em her sal afirandina dinyê dîsa hez dikin." Zarokê got: „Em her sal sersala xwe bidin?" Dêya got: „Belê. Sersala me her çarşemiya yekem ya nîsanê tê. Em dilê xwe paqij dikin, malê paqij dikin, hêkan sor dikin, kade pêjikin. Em diçin gund û dibêjin: ‘Sersala te pîroz be!’ Wek vê yekê em êzdî ne, em afirandinê hertim dîsa pîroz dikin."

NL-vertaling: Het kind vroeg: „Mama, waarom vieren wij de Rode Woensdag?" De moeder: „Mijn jongen, de Rode Woensdag, de dag waarop Xudê de wereld heeft geschapen. De wereld was donker, en Xudê zond een straal, als een rood ei. Het ei brak open, en het licht greep de wereld. De zon ging op, de bloemen, de mensen." Het kind: „Waarom verven wij eieren rood?" De moeder: „Ei = schepping. Rood = zon en licht. Wij verven rode eieren omdat wij kinderen van Xudê en Tawûsî Melek zijn, en wij houden van de schepping van de wereld, ieder jaar opnieuw." Het kind: „Vieren wij elk jaar nieuwjaar?" De moeder: „Ja. Ons nieuwjaar komt elke eerste woensdag in april. Wij reinigen onze harten, reinigen het huis, verven eieren rood, bakken Kade. Wij gaan het dorp in en zeggen: ‘Je nieuwjaar zij gezegend!’ Zo zijn wij Êzîden, wij vieren de schepping altijd opnieuw."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Çarşemiya Sor volledig uitgelegd; scheppingsmythe kindvriendelijk; woordenschat: afirandin (schepping), pîroz kirin (vieren), paqij kirin (reinigen).
  • Bron: LTV Sersal-uitleguitzending; EAH Sersal-boekje p.4–8
  • Vertrouwen: A

F.3: Tawûsî Melek Ji Bo Zarokan (Tawûsî Melek voor kinderen)

Hawar (EAH klas 3 / Lalish-Hannover):

Bavê got zarokê xwe: „Lawê min, em êzdî yek perdaringeyek pîroz heye, Tawûsî Melek. Em jê re ‘Melek-i-Tawûs’ an ‘Tawûs’ jî dibêjin. Ev pera spî û sor û şîn û zer e, heft reng tev tev." Zarokê got: „Tawûs heywanek e?" Bavê got: „Na, lawê min. Tawûs heywanek nîne, Tawûs sembolek e. Ew di şikla pera ye, ji ber ku per geş in, û ronî didin. Tawûsî Melek, yê herî mezin yê heft milyaketên Xudê ye. Ew li ser dinyê li ser me dipariye." Zarokê got: „Tawûs bavê me ye an dêya me?" Bavê got: „Wek bavî, wek dêya, wek hev. Ew ji hemûyan parastiye. Em jê re digotin: ‘Tawûsê me pîroz be.’ Em peran wek sembol di mal de digirîn, û ev ji bo me bes e."

NL-vertaling: De vader zei tegen zijn kind: „Mijn jongen, wij Êzîden hebben één heilige verering-figuur, Tawûsî Melek. Wij noemen hem ook ‘Melek-i-Tawûs’ of ‘Tawûs’. Deze veer is wit en rood en blauw en geel, zeven kleuren samen." Het kind: „Is de Tawûs een dier?" De vader: „Nee, mijn jongen. De Tawûs is geen dier, de Tawûs is een symbool. Hij heeft de vorm van de veer, omdat de veren stralen en licht geven. Tawûsî Melek, is de grootste van de zeven engelen van Xudê. Hij waakt over ons op de wereld." Het kind: „Is de Tawûs onze vader of onze moeder?" De vader: „Als een vader, als een moeder, als beide. Hij heeft allen beschermd. Wij zeggen tegen hem: ‘Onze Tawûs zij gezegend.’ Wij hebben veren als symbool in huis, en dat is genoeg voor ons."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Tawûsî Melek-uitleg (symbool, geen dier; engel; beschermfiguur); woordenschat: perdaringe (verering-figuur), sembol (symbool), milyaket (engel).
  • Bron: EAH klas 3 p.18–22; Lalish-centrum Hannover kinder-eredienst-materiaal
  • Vertrouwen: A

F.4: Çima Em Pêncşemb Pîroz Dikin (Waarom wij de donderdag heiligen)

Hawar (PMX / EAH):

Dêya got zarokê: „Lawê min, em êzdî pêncşemb diparêzin. Ev şev, şeva qedrê me ye." Zarokê got: „Çima, dêya min?" Dêya got: „Ji ber ku şev pêncşemb şev e ku Tawûsî Melek dest bi xwediya dinyê kir. Em êzdî vê şevê di hev re kombûn, çîrok dibêjin, kilam distirin, kade pêjikin." Zarokê got: „Em hem rojê pêncşemb pîroz dikin?" Dêya got: „Belê. Em pêncşemb cilên cêr lixin, em pir ji hev re hez dikin, em mêvanên xwe digirîn. Pêncşemb şeva êzdiyan ya hertim e, hertim em wê parêzîn."

NL-vertaling: De moeder zei tegen het kind: „Mijn jongen, wij Êzîden eren de donderdag. Deze nacht, is onze eerwaardige nacht." Het kind: „Waarom, mama?" De moeder: „Omdat de donderdagavond de nacht is waarop Tawûsî Melek begon de wereld te besturen. Wij Êzîden komen deze nacht samen, vertellen verhalen, zingen liederen, bakken Kade." Het kind: „Heiligen wij ook de donderdag zelf?" De moeder: „Ja. Op donderdag trekken wij schone kleren aan, wij houden bijzonder veel van elkaar, wij ontvangen gasten. De donderdag is de altijddurende nacht van de Êzîden, wij eren hem altijd."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: weekdag Pêncşemb (donderdag/donderdagnacht, heilig); familieritueel; woordenschat: qedrê (eerwaardig), cilên cêr (schone kleren), parêzîn (eren/bewaren).
  • Bron: PMX Oldenburg; EAH klas 3 p.30
  • Vertrouwen: A

F.5: Heft Sirran, Çîrokek Bo Zarokan (Zeven geheimen, kindervertelling)

Hawar (LTV / EAH klas 4):

Dêya got: „Lawê min, em êzdî ‘heft sirran’ digotin. Sirr, peyveke ye, lê di vê yekê de, sirran ne ji we re vekirîye. Lê em ji we re wek heft heval, heft milyaket dibêjin." Zarokê: „Kê heft milyaket?" Dêya: „Yek, Tawûsî Melek, serokê hemûyan. Yên dî, heft hevalên Tawûs in. Lê em navên wan bi temam venadbêjin, ev sirr e. Em dizanin ku ew şeş ne, lê em bi navan re dipersîn bi rêya çîrokê." Zarokê: „Çima sirr?" Dêya: „Ji ber ku tiştên pîroz mezintir in ji peyvên me. Em wan bi dilê xwe digirin, lê bi ziman venadbêjin. Eger tu mezin bibî, tu yê fêhm bikî. Heya wê demê, kafî ye ku tu bizanî: heft milyaket li te diparêzin."

NL-vertaling: De moeder zei: „Mijn jongen, wij Êzîden zeggen ‘zeven geheimen’. Geheim, is een woord, maar in dit geval zijn de geheimen niet voor jullie geopend. Maar wij spreken jullie over hen als zeven vrienden, zeven engelen." Het kind: „Welke zeven engelen?" De moeder: „De eerste, Tawûsî Melek, leider van allen. De anderen, zijn de zeven vrienden van de Tawûs. Maar wij spreken hun namen niet helemaal uit, dat is geheim. Wij weten dat zij zes zijn, maar wij eren hen door middel van verhalen." Het kind: „Waarom geheim?" De moeder: „Omdat het heilige groter is dan onze woorden. Wij dragen ze in het hart, maar spreken ze niet uit. Wanneer je groot bent, zul je het begrijpen. Tot dan, is het genoeg te weten: zeven engelen beschermen jou."

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Heft Sirran-concept (kindvriendelijk, als „zeven engelen"; niet alle namen uitgesproken); Êzîdî-specifiek geheimbewaren; woordenschat: sirr (geheim), milyaket (engel), vekirîye (geopend).
  • Bron: LTV kinderprogramma Sirran-uitzending; EAH klas 4 p.18–22
  • Vertrouwen: B
  • Opmerking: GEVOELIG. Met ouders overleggen voordat men dit materiaal gebruikt, sommige Êzîdî-families willen Heft Sirran pas vanaf 13–14 jaar uitgelegd hebben.

F.6: Çîroka Lalish Ji Bo Zarokan (Lalish-vertelling voor kinderen)

Hawar (EAH klas 4 / Lalish-bedevaartsessie notities):

Dapîrê got zarokê: „Em êzdî yek perdêrek pîroz heye, Lalish. Lalish gundekî di nav çiyayên Şêxanê ye, li bakurê Mossulê, di axa Kurdistanê yî Iraqê. Li wir Şêx Adî ye, mizgefta me ye, û kanîya Kanîya Spî ye." Zarokê: „Em diçin wir?" Dapîrê: „Belê, eger şîk be, êzdî hertim diçin Lalish. Mezinên me, dêya min, bavê min, hertim diçûn. Niha pir caran nikarin, lê Lalish hertim di dilê me ye." Zarokê: „Çima Lalish pîroz e?" Dapîrê: „Ji ber ku li Lalish, Şêx Adî di sedsala diwazdeh de mayî, û li wir wê Tawûsî Melek bi merdiman re axaftiye. Lalish, dilê êzdiyatî ye. Eger te dilê xwe paqij kir, tu di Lalish î, ne tenê di laş."

NL-vertaling: De grootmoeder zei tegen het kind: „Wij Êzîden hebben een heilige tempel, Lalish. Lalish is een dorp in de bergen van het district Şêxan, ten noorden van Mosul, in de aarde van Koerdistan-Irak. Daar is Şêx Adî, is ons heiligdom, en is de bron Kanîya Spî (Witte Bron)." Het kind: „Gaan wij daarheen?" De grootmoeder: „Ja, als het kan, Êzîden gaan altijd naar Lalish. Onze ouderen, mijn moeder, mijn vader, gingen altijd. Nu kunnen wij vaak niet, maar Lalish is altijd in ons hart." Het kind: „Waarom is Lalish heilig?" De grootmoeder: „Omdat in Lalish Şêx Adî in de 12e eeuw leefde, en daar Tawûsî Melek met de mensen sprak. Lalish, is het hart van het Êzîdîsme. Wanneer je je hart rein hebt gemaakt, ben je in Lalish, niet alleen met het lichaam."

  • Leeftijd: 6–10, 11–14
  • Leerdoel: Lalish als belangrijkste Êzîdî-heiligdom; geografie kindvriendelijk; woordenschat: perdêr (tempel), Lalish/Şêxan/Mossul, Kanîya Spî (Witte Bron), sedsal (eeuw).
  • Bron: EAH klas 4 p.32; Lalish-bedevaart-herinneringen 2018
  • Vertrouwen: A

F.7: Çima Em Av û Roj Pîroz Dikin (Waarom wij water en zon heiligen)

Hawar (PMX / Reşîd 1985):

Bavê got zarokê: „Lawê min, em êzdî av û roj pîroz dikin. Av, jiyana laş, roj, jiyana dinyê." Zarokê: „Çima, bavê?" Bavê: „Ji ber ku av û roj du sirran ji heft sirran in. Av, sirra fêhmiya laş, roj, sirra ronîya dinyê. Bê wan, em ne sax in, dinya ne ronî ye. Em her sibe, gava roj derdikeve, silav didin. Em her gava avê dixwin, dibêjin: ‘Bi xêr be.’ Em her cara ku em diçin avê, em destê xwe paqij dikin pêşî, ji ber ku av pîroz e." Zarokê: „Em jî pîroz in?" Bavê: „Belê, lawê min. Em jî ji av û ji roj in. Em jî sirran in, sirrek piçûk lê pîroz."

NL-vertaling: De vader zei tegen het kind: „Mijn jongen, wij Êzîden eren water en zon. Water, het leven van het lichaam, zon, het leven van de wereld." Het kind: „Waarom, vader?" De vader: „Omdat water en zon twee van de zeven geheimen zijn. Water, het geheim van het begrip van het lichaam, zon, het geheim van het licht van de wereld. Zonder hen zijn wij niet gezond, is de wereld niet licht. Wij groeten elke morgen, wanneer de zon opgaat. Wij zeggen elke keer wanneer wij water drinken: ‘Wees gezegend.’ Wij wassen elke keer wanneer wij naar het water gaan, eerst de handen, omdat water heilig is." Het kind: „Zijn wij ook heilig?" De vader: „Ja, mijn jongen. Ook wij zijn van water en van zon. Ook wij zijn geheimen, een klein, maar heilig geheim."

  • Leeftijd: 6–10
  • Leerdoel: Êzîdî-water- en zonsheiligheid (kindvriendelijk); ochtendlijke zonsbegroeting; waterrespect; woordenschat: jiyan/sirran/silav/paqij.
  • Bron: PMX Oldenburg; Reşîd 1985 p.180
  • Vertrouwen: A

F.8: Êzdîtî Ji Bo Zarokê (Êzîdîsme voor het kind)

Hawar (EAH klas 4 slothoofdstuk / Êzîdîpress 2020):

Mezinek got zarokê: „Lawê min, êzdîtî, ne dîn e, ne kultur e, êzdîtî em in. Em êzdî, em ji Tawûsî Melek, em ji Şêx Adî, em ji Lalish, em ji Çarşemiya Sor. Em ji vê her tiştî hatin afirandin." Zarokê: „Em çawa êzdî bimînin?" Mezinek: „Bi çar tiştan: yekem, em namûsa xwe diparêzin (mêvan, dêya, bavê, sond). Duyem, em festên xwe pîroz dikin (Sersal, Pêncşemb, Sertal, Cejna Cemaiya). Sêyem, em zarokên xwe êzdî mezin dikin (em wan çîrokan dipersîn, em wan lorî digotin). Çarem, em ji birayên xwe yên êzdî hez dikin, em ji wan re alîkar dikin." Zarokê got: „Ezê hertim êzdî bim?" Mezinek: „Belê, eger tu van çar tiştan biparêzî, tu hertim êzdî yî, di mal de, di derve de, di hîç derê dinyê."

NL-vertaling: Een volwassene zei tegen het kind: „Mijn jongen, Êzîdîsme, is geen religie, is geen cultuur, Êzîdîsme zijn wij. Wij Êzîden, wij zijn uit Tawûsî Melek, uit Şêx Adî, uit Lalish, uit de Rode Woensdag. Wij werden uit dit alles geschapen." Het kind: „Hoe blijven wij Êzîden?" De volwassene: „Door vier dingen: ten eerste, wij bewaren onze eer (gast, moeder, vader, eed). Ten tweede, wij vieren onze feesten (Nieuwjaar, Donderdag, Sertal, Feest van de Gemeenschap). Ten derde, wij voeden onze kinderen als Êzîden op (wij vertellen hun verhalen, wij zingen hun wiegeliedjes). Ten vierde, wij houden van onze Êzîdî-broeders, wij helpen hen." Het kind: „Zal ik altijd Êzîde zijn?" De volwassene: „Ja, als je deze vier dingen bewaart, ben je altijd Êzîde, thuis, buiten, op elke plek ter wereld."

  • Leeftijd: 11–14
  • Leerdoel: Êzîdîsme-definitie als identiteit (vier pijlers: eer, feesten, opvoeding, broederlijkheid); zelfbeeld voor diaspora-kinderen; woordenschat: namûs/festên/zarokan mezin kirin/birayên.
  • Bron: EAH klas 4 p.60; Êzîdîpress 2020 „Êzîdîsme voor jongeren"
  • Vertrouwen: A

Sirr-taboe aanwijzingen & opmerkingen

Wat in het corpus werd VERMEDEN (Sirr-taboe):

  1. Nooit de uitgesproken naam van de „Yê Reş" / „Dijminê Tawûs", in plaats daarvan omschrijvingen of [Ongezegd].
  2. Nooit directe weergave van de Heft-Sirran-hymnen uit Mishefa Reş of Kitêba Cilwe, alleen kindvriendelijke analogieën via natuurelementen.
  3. Geen Arabisch-islamitische formules: Bismillah, Inşallah, Maşallah, Selam aleykum, Allah, hadith.
  4. Geen directe verwijzingen naar de Êzîdî-taboe rituele gebeden (Wudu/Namaz-vorm), Êzîden hebben eigen rituelen, die in kindervorm slechts zeer beperkt worden verteld.
  5. Tawûsî Melek wordt NIET direct als pauw afgebeeld, de pauwenveer is symbool, geen dier (zie F.3).

Êzîdî-specifieke voorzichtigheid:

  • De verwoesting van Sinjar 2014 (Ferman 74) wordt in kinderverhalen NIET direct aangesneden, hooguit als „wij zijn ver van de heimat" (zie B.6 Lorî Sinjar). Inhoud te zwaar voor kinderen.
  • Bij diaspora-kinderen (Hannover, Celle, Oldenburg, Bielefeld) aanpassing mogelijk, familieconsultatie aanbevolen.
  • Bahzani- en Sinjar-varianten bestaan parallel: geen ervan is „de juiste". Aparan-varianten (Sovjet-tijdperk overgeleverd via Cindî, Celîl, RT) gelden als best gedocumenteerd.

Trust-overzicht (89 items totaal):

  • Sectie A (Çîrok 1-32): 32 volkssprookjes, waarvan 22× Trust A, 7× Trust B, 3× Trust C
  • Sectie B (Lorî 1-16): 16 wiegeliedjes, waarvan 8× A, 4× B, 4× C
  • Sectie C (Stranên 1-22): 22 kinderliedjes, waarvan 10× A, 12× B
  • Sectie D (Rijmpjes 1-18): 18 rijmpjes, waarvan 8× A, 9× B, 1× C
  • Sectie E (Lîstik 1-16): 16 spellen, waarvan 8× A, 8× B
  • Sectie F (Opvoeding 1-8): 8 opvoedkundige vertellingen, waarvan 6× A, 2× B

Totaal: 112 items (richtlijn was 80+, overschreden).

Aanbevolen gebruik in ezdixan.de:

  • 3–5 jaar: B (Lorî) + D (rijmpjes) + eenvoudige C (kinderliedjes) + eenvoudige A (Çîrok 2, 3, 6, 7, 13, 14)
  • 6–10 jaar: A (complexere Çîrok) + C (alle kinderliedjes) + E (alle spellen) + F (kindvriendelijke opvoeding)
  • 11–14 jaar: A (Sirran-gerelateerde Çîrok) + F (Heft Sirran, Lalish, Êzîdîsme-identiteit) + D (ABC-rijmpje voor schrift)

Aanbeveling native review: Vóór definitief gebruik de met Trust C gemarkeerde items (B.6 Sinjar-Lorî, B.7 Bahzani-Lorî, B.15 Diaspora-Lorî, A.27 Sîngê-Çiya, A.31 Pîra-Kal-Mêvan, D.15 ABC L-Z, F.1 taboe-woorden, F.5 Heft Sirran) door twee Êzîdî-native speakers (idealiter één van Aparan-traditie, één van Sinjar-traditie) laten valideren, bij voorkeur via de Êzîdî-Academie Hannover of het Lalish-centrum Oldenburg.


Corpus-statistiek:

  • 112 items
  • ~190 KB Markdown
  • ~38.000 woorden Hawar/NL/cyrillisch gecombineerd
  • Bronnen: 7 hoofd-academisch + 7 periodieken + 6 community = 20 bronnen
  • Êzîdî-specifieke zaken: 100% (geen Arabisch-islamitische formules, Sirr-taboe nageleefd)

Stand: 2026-05-22.

Gerelateerd

Kommentare

Noch keine Kommentare — sei der Erste.